Search
-
200. Dertien fragmenten van zes wandtapijten uit een reeks met de Geschiedenis van Decius Mus
... door de werkplaats van Alexander Baert, zoals blijkt uit twee wandtapijten uit deze reeks in Detmold, van het Fürstliches Residenzschloss Detmold, waarvan het exemplaar met Het aanwijzen van het slachtoffer is voorzien van de ingeweven signatuur van Alexander Baert.44 Een reeks van zes wandtapijten in Kilkenny Castle, te Kilkenny in Ierland, ook met de aan de oorspronkelijk Decius Musreeks toegevoegde voorstelling met Hieron's geschenk aanvaard door de Romeinse Senaat, wordt vanwege de linnen ketting toegeschreven aan de Noordelijke Nederlanden, waar deze in tegenstelling tot de Zuidelijke Nederlanden, veel werd toegepast,45 en daarbij aan de werkplaats van Pieter de Cracht gezien deze wandtapijten hetzelfde type boorden vertonen als de reeks met de Geschiedenis van Iphigeneia en Orestes door De Cracht, vervaardigd in diens werkplaatsen te Schoonhoven of Gouda, omstreeks 1648-1662, van het Rijksmuseum in Amsterdam.46 De te Kilkenny aanwezige voorstellingen zijn: Decius Mus verhaalt zijn droom, De inwijding van Decius Mus, De wegzending van de lictoren, De dood van Decius Mus, De lijkstatie van Decius Mus, Hieron's geschenk aanvaard door de Romeinse Senaat.47Hoewel voorheen werd aangenomen dat cat. 200-a-f in Brussel waren vervaardigd, zoals ook is vermeld in de inventarislijst van Victor de Stuers, kan deze reeks wandtapijtfragmenten van De Wiersse vanwege verschillende overeenkomstige kenmerken met de wandtapijten van Kilkenny Castle, waar vijf dezelfde voorstellingen vertegenwoordigd zijn,48 ook worden toegeschreven aan de Noordelijke Nederlanden en tevens aan de werkplaatsen van Pieter de Cracht in Schoonhoven en Gouda, circa 1650. Zo hebben de tapijtfragmenten van De Wiersse eveneens een linnen ketting, die vooral in de Noordelijke Nederlanden werd toegepast. Bij de reiniging en conservatie in 2015 van cat. 200-a-f bleken ook de toegepaste kleuren, met name het nauwelijks verschoten blauw en - het opvallend vaak voorkomende - rood (zoals ook te zien op de grote schilderijen en de modelli), overeen te komen met die van de eveneens recent gereinigde en geconserveerde reeks in Kilkenny.49 Ook zijn er bepaalde details in de voorstellingen van beide reeksen hetzelfde, die echter verder niet op andere wandtapijten voorkomen.50 Helaas zijn er geen fragmenten van de boorden van de reeks van De Wiersse bewaard, die de toeschrijving aan De Cracht verder zouden kunnen bevestigen.51Met betrekking tot wandtapijten met de Geschiedenis van Decius Mus door Pieter de Cracht, met weefwerkplaatsen in Schoonhoven en Gouda en een winkel in Amsterdam, is in een contract van 25 juli 1650 dat werd opgemaakt in Amsterdam tussen hem en Jan en Arnoudt van der Hagen, kunsthandelaars in Amsterdam en Stockholm, onder meer sprake van de verkoop door De Cracht aan de broers Van der Hagen van: 'Een fijn behangsel tapyten van negen stucken, sijnde de historie van Publius Decius Mus ende Titus Manlius Torquatus, Romeynsche veltoversten, waeraff den patroon Monsieur P. Paulus Rubbens gemaeckt heeft ende sijn lanck 9, 8 ½, 7 9/16, 6 5/16, 6 3/16, 6, 5 ¼, 5, 4 elle ende alle diep ofte hooch 6 3/16 ell, inhoudende tsaemen in 't geheel 358 elle, tot tien gulden acht stuyvers d'elle, beloopt in gelde tsaemen f. 3723- 4-.'52 Het is niet gedocumenteerd aan wie de broers Van der Hagen vervolgens deze Decius Musreeks hebben doorverkocht. Enkele jaren later, in 1655 of iets daarna, zouden deze broers een andere reeks van de Geschiedenis van Decius Mus, bestaand uit acht wandtapijten en geweven met zilver en gouddraad, verkopen aan het koninklijk hof in Zweden.53 Deze reeks is niet overgeleverd.54 Of het hierbij opnieuw een reeks van De Cracht betrof is niet bekend.Zoals hierboven reeds is aangeduid, werd recent verondersteld dat Pieter de Cracht de kartons van de Geschiedenis van Decius Mus rond 1646 zou hebben kunnen verkregen (geleend of gekocht) van de Brusselse wever Jan Raet (of Johan de Raedt), die in 1644 failliet ging, maar daarna nog doorging als tapijthandelaar.55 Deze veronderstelling is deels gebaseerd op een contract van 3 juli 1646 tussen Pieter de Cracht en Jan (de) Raet waarin wordt afgesproken dat De Cracht voor Raet een reeks wandtapijten met de Geschiedenis van Dido en Aeneas zal vervaardigen naar kartons ('patroonen') uit bezit van Raet en bovendien 'is geconditioneert, dat den voors. De Raet voor een mael den voors. de Cracht sal leenen een camer patroonen, 't sy lantschappen ofte yets anders, dat hy, Sr. de Raet, heeft gereselveert, ofte van "Eneus ende Dido" ende dat sonder yets daer voor te genieten ofte te pretendeeren.'56 Omdat er, zoals hierboven reeds werd vermeld, inderdaad uitvoeringen door Jan Raet bekend zijn van wandtapijten uit de Geschiedenis van Decius Mus, bestaat er zeker de mogelijkheid dat De Cracht als 'yets anders' de kartons van deze reeks te leen kreeg, maar de omschrijving in het contract uit 1646 is te vaag om hier zekerheid over te hebben. Ook zijn er geen verdere documentaire bewijzen voor. Het is daarnaast dus ook beslist mogelijk dat De Cracht de kartons van de Geschiedenis van Decius Mus, waarmee hij de wandtapijten vervaardigde die hij in 1650 verkocht aan de gebroeders van der Hagen, op een andere manier verwierf of tot zijn beschikking kreeg.Deze reeks van dertien fragmenten van zes verschillende wandtapijten uit de beroemde reeks met de Geschiedenis van Decius Mus naar ontwerpen van P.P. Rubens van De Wiersse is ondanks de onvolledigheid een van de weinige (en toch ook meest uitgebreide) voorbeelden in Nederland van het werk van deze voor de geschiedenis van de wandtapijtkunst zo belangrijke kunstenaar. Bovendien ontleent de reeks fragmenten belang aan het feit dat het onderdeel uitmaakte van het interieur van de Haagse woning van Victor de Stuers.De tapijtfragmenten werden, met uitzondering van het fragment in de opslag, na reiniging en conservering in 2015, wederom geïnstalleerd in het interieur van De Wiersse.57 Echter was het soms vanwege de formaten van de respectievelijke fragmenten niet mogelijk om ze in de oorspronkelijke volgorde van de voorstellingen van de reeks binnen de vakken van de lambrisering in de Grote Zaal te plaatsen. Bij de conservatie bleek overigens ook dat verschillende fragmenten waren omgeslagen om te kunnen passen in de vakken van de betimmering van de Grote Zaal en dus groter waren dan gedacht, en vaak zelfs direct op elkaar aansloten. Ze zijn wel weer in omgeslagen staat teruggeplaatst in de vakken, met uitzondering van twee grote fragmenten van De dood van Decius Mus die in hun totaliteit zichtbaar zijn en naast elkaar zijn opgehangen in de hal van het koetshuis van De Wiersse....
... us, een lictor (bijlbundeldrager) die met beide handen steunt op een fascesbundel en een toekijkende gehelmde soldaat die leunt op zijn schild. Ook ontbreekt een smalle strook aan de bovenzijde van de gehele voorstelling, met iets meer zichtbaar van de legertent, het vaandel en de legeremblemen. Op de plaats van het links op cat. 200-a-a/2 ingezette stuk uit cat. 200-a-b staat een rijk gedecoreerde offertafel, de rest van de schotel met de stierenlever, vastgehouden met de linkerhand van de offerpriester, de 'haruspex', en ondersteund door de linkerarm van de figuur met de rode mantel, ook een priester, en diens onderkant van het gezicht met een lange baard.Voorgesteld is hoe de haruspex, in het door de Romeinen opgeslagen legerkamp rond Capua, de ingewanden van de geslachte offerstier van Decius Mus onderzoekt en dit vervolgens bespreekt. De offerpriester constateert hierbij een onheilspellende afwijking in de lever van de stier. Dit betekent een bevestiging van hetgeen in de droom van Decius Mus werd voorspeld, dat hij de legeraanvoerder is die in de strijd tegen de Latijnen uit eerbied voor de wil van de goden zijn leven dient te offeren voor een overwinning door Rome.Er zijn tegenwoordig achttien andere wandtapijten bekend met Het aanwijzen van het slachtoffer, de meeste geweven in Brussel.60 Deze voorstelling is echter niet vertegenwoordigd in de eveneens aan Pieter de Cracht toegeschreven reeks in Kilkenny Castle.Conditie:Reiniging door ICAT, Cruquius en conserveringsbehandeling door Loutje den Tex in samenwerking met ICAT, 2015....
... enue en meer van de rode mantel. Verder hoort aan de bovenzijde nog een brede strook, met een wolkenlucht en een boom met bladertakken, waarvan een fragment waarschijnlijk gebruikt is als inzetstuk bij cat. 200-a-a/2.Voorgesteld is de uitvoering van het ritueel van de 'devotio', waarbij Decius Mus de eed van zelfopoffering aflegt. Dit heeft plaats in een eenzaam landschap nadat het legeronderdeel van Decius Mus in de Slag van Veseris, bij de Vesuvius, tot terugtrekken wordt gedwongen door de Latijnen en duidelijk wordt dat zijn zelfopoffering de enige manier nog is om een overwinning voor Rome te kunnen behalen, zoals is voorspeld in zijn droom en bevestigd is door de offerpriester.Tegenwoordig zijn er achttien andere wandtapijten bekend met De inwijding van Decius Mus, de meeste hiervan geweven in Brussel.63 Onder meer is deze voorstelling vertegenwoordigd in de eveneens aan Pieter de Cracht toegeschreven reeks in Kilkenny Castle.64Conditie:Zie bij cat. 200-a-a....
... eschreven wandtapijt met De lijkstatie van Decius Mus in Kilkenny Castle, waarop deze twee figuren, met enige verschillen in details, rechts in de voorstelling voorkomen.66 Het dichtst daarbij komen het Brusselse wandtapijt door Jan I Raes van het Museum für Kunst und Gewerbe in Hamburg67 en het waarschijnlijk in Antwerpen uitgevoerde exemplaar van Bramshill House, Bramshill (Hampshire).68 Deze figuren komen echter niet op deze manier voor op het grote schilderij van De lijkstatie van Decius Mus in de Liechtenstein collectie of de modello daarvan in de Staatsgalerie Neuburg.69Van De wegzending van de lictoren zijn tegenwoordig 26 andere wandtapijten bekend, het grootste aantal voor een voorstelling in de Decius Musreeks.70 Achttien exemplaren hiervan werden in Brussel vervaardigd. Deze voorstelling is ook vertegenwoordigd in de eveneens aan Pieter de Cracht toegeschreven reeks in Kilkenny Castle.71Conditie:Zie bij cat. 200-a-a....
... t geldt ook reeds voor de vroegst bekende Brusselse uitvoeringen door de werkplaatsen van Raes en Geubels, van vóór 1633.76 Kennelijk was er al vroeg een inzetkarton gemaakt met een figuur in harnas, misschien vanwege het bloot zo prominent op de voorgrond van het oorspronkelijke ontwerp.Voor De dood van Decius Mus is ook de enige voorbereidende tekening door Rubens voor deze wandtapijtreeks nog overgeleverd, van een gezicht en verschillende armhoudingen, in de collectie van het Victoria and Albert Museum in Londen.77Tegenwoordig zijn er 23 andere wandtapijten bekend met De dood van Decius Mus, waarvan tien werden vervaardigd in Brussel.78 Onder meer is deze voorstelling vertegenwoordigd in de eveneens aan Pieter de Cracht toegeschreven reeks in Kilkenny Castle.79 Opvallend is hierbij dat de boom, waarvan de bladertakken linksboven zichtbaar zijn op cat. 200-a-d/1, alleen verder nog voorkomt op de aan de Noordelijke Nederlanden toegeschreven exemplaren en het Brusselse wandtapijt voorheen in het Kunsthistorisches Museum te Wenen (afb. b), wel steeds met verschillen in details, maar niet op de andere overgeleverde Brusselse uitvoeringen, zoals door de werkplaatsen van Raes en Geubels van vóór 1633, noch op het grote schilderij in de Liechtenstein collectie en het modello in Madrid.80Conditie:De twee fragmenten zijn van elkaar gescheiden in een rechte verticale lijn die links loopt van de twee achterbenen van het bruine paard en midden door het bovenlijf van diens ruiter. Zie verder bij cat. 200-a-a....
... gevangen genomen en tegenstribbelende Latijnse vrouwen met lange blonde haren afgebeeld, samen met twee zich aan hen vastklampende kleine naakte peuters.84 cat. 200-e/1-3 lijken echter te zijn geweven naar een aangepast karton waarop deze vrouwen zijn vervangen door twee in tunieken geklede kinderen in aanmerkelijk minder dramatische houdingen, zoals te zien zijn op het verdwenen wandtapijt met De lijkstatie van Decius Mus van de Brusselse reeks te Wenen (afb. c) en tevens op het exemplaar van deze voorstelling dat is vertegenwoordigd in de eveneens aan Pieter de Cracht toegeschreven Decius Musreeks in Kilkenny Castle.85De knielende mannenfiguur rechtsonder op cat. 200-e/2, met zijn achterhoofd naar de beschouwer, is het enige bekende voorbeeld van een dergelijke figuur, daar hier zowel op de voorbereidende schilderijen door Rubens als op de andere overgeleverde wandtapijten met de voorstelling van De lijkstatie van Decius Mus een figuur met een besnord gezicht en profil te zien is, de blik naar beneden gericht op de grote kan in zijn handen en de voor hem lopende hond.De twee deels zichtbare knielende figuren linksonder op het fragment van De wegzending van de lictoren behoren oorspronkelijk geheel rechts bij deze voorstelling met De lijkstatie van Decius Mus. (Zie verder bij cat. 200-c.)Het fragment in de opslag (cat. 200-e/3) betreft waarschijnlijk het in de Inventaris collectie Victor de Stuers, Tapisseries, nummer 1, genoemde losse fragment met daarop een hoofd en trompetten. Het is het enige nog overgeleverde van de vier door De Stuers in 1872 verworven fragmenten die niet in de betimmering van de Grote Zaal waren opgenomen.86Er zijn tegenwoordig 23 andere wandtapijten bekend met De lijkstatie van Decius Mus, het merendeel ervan uitgevoerd in Brussel.87Conditie:Zie bij cat. 200-a....
... de voorste man zich buigt en zijn armen naar voren strekt om het gouden beeld in ontvangst te nemen.Deze voorstelling is geen onderdeel van de oorspronkelijke Decius Musreeks van Rubens, het verhaal ervan komt ook niet voor in de door Livius vertelde geschiedenis van Decius Mus, maar werd wel al snel, rond 1620-1630, toen Rubens nog leefde, door de Brusselse werkplaatsen uitgevoerd als onderdeel van die reeks.92 Mogelijk behoorde de voorstelling tot een door Rubens geplande, maar niet voltooide, reeks met voorstellingen uit de Geschiedenis van Rome, evenals de voorstelling van Mars en Rhea Silvia, de ouders van de tweeling Romulus en Remus, de mythische stichters van Rome, dat vrijwel tegelijkertijd met Hieron's geschenk aanvaard door de Romeinse Senaat aan de Decius Musreeks werd toegevoegd.Tegenwoordig zijn er 24 andere wandtapijten bekend met Hieron's geschenk aanvaard door de Romeinse Senaat, waarvan tien werden vervaardigd in Brussel.93 Deze voorstelling is ook vertegenwoordigd in de eveneens aan Pieter de Cracht toegeschreven reeks in Kilkenny Castle.94Conditie:In cat. 200-f/1 loopt links over de gehele hoogte een verticale naad, waar een smalle baan ontbreekt, met onder andere de vingertoppen van de rechterhand van de op het bordes staande figuur in een blauwe mantel. Bovenaan op cat. 200-f/2 loopt een horizontale naad over de gehele breedte, waar een smalle strook ontbreekt met onder meer de hals van de soldaat rechts met een leeuwenhuid over zijn hoofd en rug. Zie verder bij cat. 200-a....
Notes
... tein à Vienne. Placés dans ma grande Salle à la Haye. il reste encore quelques fragments: a. bord supérieur, b. trophées, c. tête et trompettes, d. fillette aux fleurs. Achetées de John Loudon en 1872 avec le No. 2 pour fl. 500.-. Nr. 2: Les Pères de l'Eglise établissant le dogme de l' Immaculée Conception. d'après le tableau de Guido Réni (1575 à 1642) à l'Ermitage.' De hier vermelde verkoper zal de kunstverzamelaar John F. Loudon (1821-1895) uit Den Haag betreffen, wiens belangrijke collectie Delfts aardewer...
... is van Achilles, zie bij cat. 47, Museum Arnhem en cat. 172, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. ...
... is van Achilles bij cat. 47, Museum Arnhem en cat. 172, Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. ...
... van de wandtapijten zijn, maar waarop de geschilderde figuur van Decius Mus rechtshandig is en die op de wandtapijten linkshandig. Vergelijk Baumstark, Delmarcel 2019, I, afb. 1, ...
... 26 Ook van Mars en Rhea Silvia, dat al vroeg aan geweven reeksen met de Geschiedenis van...
... ...
... 260. Het Kunsthistorisches Museum in Wenen bezit bijvoorbeeld een Lijkstatie van Decius Mus door François van den Hecke (inv. C...
... 261. ...
... ebleven, uit minstens twee uitvoeringen van de reeks. De op verschillende van deze wandtapijten voorkomende signatuur is RAET. Zie Baumstark, Delmarcel 2019, I, pp. 251, 260; Idem, II, cat. 1f-5, 2f-9, 4f-13 en 14, 5f-5 en 6, 6f-7, 10f-...
... 264. Zie verder hieronder. ...
... 261. ...
... isches Museum Wenen, serie LXXI. Het wandtapijt met Mars en Rhea Silvia uit deze reeks bevindt zich tegenwoordig nog...
... 263. ...
... Baumstark, Delmarcel 2019, I, p. 263 en afb. 118; Idem, II, cat. 2f...
... inse Senaat en Mars en Rhea Silvia. Zie Baumstark, Delmarcel 2019, I, p. 264 en afb. 119; Idem, II, cat. 4f-23, 5f-18, 9c-18, 10f-12. ...
... 264 en afb. 47; Idem, II, p. 62, cat. 2f-17. Het tweede wandtapijt in Detmold, met De wegzending van de lictoren, betreft ...
... ishartsreview.com/the-return-of-decius-mus/ door J. Fenton, 2014; Baumstark, Delmarcel 2019, I, p. 263, noot 117. ...
... 264. Voor de reeks van het Rijksmuseum, zie Hartkamp-Jonxis, Smit 2004, cat. 62a-e. ...
... ieces of the History of Decius' uit Antwerpen vermeld. Zie ook Thomson 1973, pp. 400-401; http://www.irishartsreview.com/the-return-of-decius-mus/ door J. Fenton, 2014; Baumstark, Delmarcel 2019, I, p. 263. ...
... ven, fragment van een bovenboord (zie noot 1), maar dit is tegenwoordig niet meer in de collectie van De Wiersse...
... 263. ...
... 264. ...
... Idem, II, pp. 87-102, cat. 4a. Er is geen modello bewaard van deze v...
... ishartsreview.com/the-return-of-decius-mus/ door J. Fenton, 2014, met afb. ...
... m, II, pp. 87, 104-107, cat. 4f-1 t.m. 26. ...
... ishartsreview.com/the-return-of-decius-mus/ door J. Fenton, 2014, met afb. en Baumstark, Delmarcel 2019, I, afb. 119 (m...
... ishartsreview.com/the-return-of-decius-mus/ door J. Fenton, 2014, met afb. Tevens Baumstark, Delmarcel 2019, II, p. 17...
... elijke voorstelling in de vakken van de lambrisering van de Grote Zaal gemonteerd. ...
... Idem, II, pp. 191-196, cat. 9a. Er is geen groot schilderij van deze v...
-
75. Acht kussens met het wapen van Den Haag in een rococo cartouche
... 1744 Twaalff wapens Cussens a f 28-, f 336- voor wasdoek en bestellen f 0.14-, (samen) f 336.14-. Fiat betalinge. Actum 's GravenHage den 31 Augusti 1744. (get.) J. van Assendelft. Voldaan Amsterdam den 3 7ber 1744. (get.) de Wede Alexander Baert en Soonen'.14 Over de jaren 1743-1744 ontving bovendien beddenmaakster Cornelia Gooljee voor het maken van 'vier waepen-kussens voor de vroedschappen Heemskerk, Middelbeek, van Hoeij, en van der Cracht f 26-' en beddenmaakster Hillegonda Gooljee over 1745 voor 'twee magistraets-kussens voor den Thesr. vander Hoop en Secrets. Steenis f 13-'.15 Uit de rekeningen van Cornelia Gooljee uit 1752-1753 en 1759-1760 blijkt Hillegonda haar dochter te zijn, vermoedelijk hadden moeder en dochter dus een familiebedrijf, waardoor de betalingen wisselend door beiden konden worden ingediend.16Een van de twaalf kussens was al gereed op 7 december 1743 voor de genoemde Jan van Heemskerk (1695-1770) die in november 1743 was benoemd, terwijl andere kussens pas werden opgemaakt toen Sebastiaan Middelbeek (1695-1755), Cornelis van Hoey (1717-1803) en Pieter van der Cracht (1701-1750) in 1744 tot lid van de vroedschap werden gekozen, en vervolgens in 1745 toen François van der Hoop (1720-1803) en Johan Steenis (1702-1782) respectievelijk werden benoemd tot tresorier en secretaris.17 Kennelijk werd steeds een aantal kussenbladen tegelijk besteld, die daarna bij nieuwe benoemingen voor de betrokkenen tot kussens konden worden opgemaakt.18 Daarom is het opvallend dat in de jaren 1738-1739, toen Xavery werd gevraagd een nieuw ontwerp voor vroedschapskussens te maken en tweemaal een dozijn kussens werd geweven, juist geen nieuwe benoemingen aan de orde waren.19 Mogelijk dat men in het begin ook met terugwerkende kracht de vroedschap van kussens voorzag. Zeker is dat in 1740 in de inventaris van de meubelen op het stadhuis niet alleen 'zes kussens met het Haegze waepen' in de burgemeesterskamer werden genoemd, maar tevens 'twaelf nieuwe kussens' in de schepenenkamer, waar ook de voltallige magistraat vergaderde,20 terwijl in het jaar 1740 slechts twee nieuwe vroedschapsleden werden gekozen en in de jaren 1742-1743 nog eens drie.Ditzelfde systeem bleef ook in de jaren daarna van kracht. Bij volgende benoemingen is regelmatig een verband te constateren met de leveranties van de opgemaakte tapisseriekussens. Van 1751-1752 dateert een rekening van de firma Baert, maar nu voor een hoger bedrag: 'Amsterdam 24 December 1751. De WelEdele Groot-Achtb. Heeren Burgemeesters in 's Hage debent aan de Wed. Alexander Baert & Soonen voor 12 Tapyt kussenbladen, à f 33-. f 396. Pakken &a. f -.14-. Voldaan 1752 f 396.14-. (get.) De Wedue Alexander Baert en Soonen.'21 In diezelfde twee jaar ontving ook Cornelia Gooljee een betaling van respectievelijk f 13.12- en f 14-, telkens voor twee kussens: over 1751 voor de 'Hoog Ed. heere Bailluw en de heer Secretaris Dierkens', in 1752 de 'Heeren Schepenen Patijn en de La Basse cour'.22 In 1753 kreeg Cornelia Gooljee opnieuw een betaling (ondertekend door haar dochter) van f 14, voor twee magistraatskussens.23De volgende rekening in 1760 van twaalf tapijt kussenbladen à f 33, totaal voor f 396.15-, werd verspreid over drie keer besteld en geleverd: twee op 2 november 1759, zes op 29 april 1760 en de laatste vier op 22 juli 1760.24 De laatste leveranties van totaal twaalf tapijten kussenbladen, weer voor dezelfde prijs, betroffen respectievelijk twee bladen geleverd op 28 maart 1763 en tien bladen op 20 juni 1765, in totaal voor f 396.10-.25De kussens van cat. 75-a-h zouden dus ook kunnen behoren tot een van deze latere uitvoeringen door de weduwe Baert en, na haar overlijden in 1751, door haar nazaten. Na 1765 zijn deze geregelde opdrachten voor tapijtkussens van Den Haag niet meer aangetroffen.Alexander Baert had vanaf 1704 tevens enige jaren een werkplaats in Den Haag, in ieder geval tot 1706.26 Zijn weduwe, kinderen en kleinkinderen werkten na zijn overlijden in 1719 tot omstreeks 1778 voornamelijk vanuit Amsterdam....
... en er in totaal 73 kussenbladen in tapisserie zijn geweven naar dit ontwerp van Xavery, waarvan er nog acht, cat. 75-a-h, zijn overgeleverd.In het Haags Historisch Museum bevindt zich tevens een geborduurd vroedschapskussen naar hetzelfde ontwerp als van cat. 75-a-h.29 (afb. c) Mogelijk diende dit kussen ter vervangi...
Notes
... is deels moeilijk te bepalen, soms lijkt het te neigen naar donker blauwgroen. ...
... an de ooievaar bij cat 72, Haags Historisch Museum. ...
... is van Den Haag in de periode 1733-1739, zie Wildeman 1896, pp. 138-143; Ozinga 1969, pp. 170-171; Herpel 1975-1979, 1, pp. ...
... ; Idem, inv. nr. 1871, Bijlagen van de rekeningen van de Burgemeesters van Den Haag over de extra-ordinaris middelen, 1745. ...
... 26. ...
... ist, inv. nr. 1738, Rekening 1737/1738 (afgehoord 2 december 1738), fol. 21v. ...
... an de Burgemeesters van Den Haag over de extra-ordinaris middelen, 1738. ...
... ist, inv. nr. 1740, Rekening 1739/1740 (afgehoord 8 december 1740), fol. 20. ...
... an de Burgemeesters van Den Haag over de extra-ordinaris middelen, 1740. ...
... ist, inv. nr. 1739, Rekening 1738/1739 (afgehoord 12 december 1739), fol. 23. Wildeman 1896, p. 151. ...
... an de Burgemeesters van Den Haag over de extra-ordinaris middelen, 1739. ...
... agen van de rekeningen van de Burgemeesters van Den Haag over de extra-ordinaris middelen, 1739. Wildeman 1896, p. 151. ...
... a-ordinaris middelen, 1744. Zie ook: HGA, 0350-01, OA, Rekeningen van de Kist, inv. nr. 1744, 1743/1744 (afgehoord 17 december 1744), fol. 23. ...
... van de rekeningen van de Burgemeesters van Den Haag over de extra-ordinaris middelen, 1745. ...
... r. 1886, Bijlagen van de rekeningen van de Burgemeesters van Den Haag over de extra-ordinaris middelen, 1760. Dit blijkt ook uit de DTB (Doop, Trouw, Begraven) gegevens: Cornelia Put...
... , Stadhuis Gouda, cat. 114-a-b, Museum Gouda en cat. 131, Museum Paulina Bisdom van Vliet, Haastrecht). ...
... uit de baljuw, zeven schepenen, drie burgemeesters (gekozen uit de schepenen) en twaalf vroedschapsleden en werd bijgestaan door een secretaris en een tresorier. ...
... an de Burgemeesters van Den Haag over de extra-ordinaris middelen, 1752. ...
... len, 1752. Benoemd werden in 1751 baljuw Frederik Hendrik baron van Assendelft (1701-1771) en secretaris Cornelis Dierquens (1715-1761); in 1752 de schepenen Johannes Patijn (1723-1787) en Carel de la Bassecour (1725-1773)...
... n van de rekeningen van de Burgemeesters van Den Haag over de extra-ordinaris middelen, 1753; echter zonder vermelding voor wie deze bestemd waren. ...
... afgehoord 10 december 1760), fol. 25v; Idem, inv. nr. 1886, Bijlagen van de rekeningen van de Burgemeesters van Den Haag over de extra-ordinaris middelen, 1760. De rekening van de firma Baert werd betaald op 30 juli 1760. Het bestellen van de kussenbladen (in Amsterdam) kostte per ke...
... n van de rekeningen van de Burgemeesters van Den Haag over de extra-ordinaris middelen, 1765, betaald op 22 juli 1765. ...
... 26 Zie hierover verder bij cat. 74, Haags Historisch Museum. ...
... tkamp-Jonxis, Smit 2004, p. 418; Hartkamp-Jonxis, Smit 2013. ...
... iskaart in 1892 door A.A. Knuijver. Zie ook diens advertentie achterin Haags Jaarboekje 1895. Tevens Servaas van Rooyen 190...
-
134. Vier kussens met applicatiewapens in tapisserie van Frans Banninck Cocq
... kasteelheer werd van Ilpenstein, door de werkplaats van Abraham de Schepper in Schoonhoven zeven kussenbladen weven met zijn persoonlijke wapen, grotendeels naar een tekening in Oost-Indische inkt van de kunstenaar Romeyn de Hooghe uit 1679 en naar voorbeeld (voor de fijne weefkwaliteit) van een 'tapijtstoelblad' uit 1618 met het wapen van zijn oom Jacob Bicker (1588-1647), zoals blijkt uit recent door Willemijn Fock getraceerde dagboekaantekeningen van Pieter de Graeff.12 Onlangs verscheen op een veiling in Amsterdam een in familiebezit overgeleverd kussenblad met het wapen van Pieter de Graeff voorzien van het jaartal 1690 en met fraai uitgevoerde zwanen als schildhouders en de wapenspreuk 'Mors Sceptra Ligon(ibus) Equat' ('De dood maakt scepters en houwelen gelijk'), dat deel zal hebben uitgemaakt van de opdracht aan Abraham de Schepper in Schoonhoven.13 Het wapen hierop is deels gelijk aan het wapen van Frans Banninck Cocq op cat. 134-a-d daar Pieter de Graeff bij het overlijden in 1678 van Maria Overlander, de weduwe van Banninck Cocq, hem opvolgde als heer van Purmerland en Ilpendam.14 Pieter de Graeff verstrekte in die laatste positie in 1679 eveneens de opdracht van achttien kussens in tapisserie met het wapen van de droogmakerij De Purmer aan de werkplaats van Cornelis Coppens in Delft.15Conditie:De tapisseriewapens zijn genaaid op kussens van groen laken. Het laken van drie van de vier kussens is vernieuwd. Drie van de vier wapens zijn omstreeks 1964 geconserveerd bij het Rijksmuseum in Amsterdam. Hierbij zijn losliggende kettingdraden vastgezet op een dunne lichtblauwe steunvoering....
Notes
... ische beschrijving geciteerd uit: Kits Nieuwenkamp 1975, pp. 100-101. ...
... t woonde het paar bij hun huwelijk in 1630 in Amsterdam aan de Anthoniebreestraat en later in huis De Dolphijn op het Singel. Zie Middelkoop 2002, p. 206. ...
... is van de Hervormde Gemeente Ilpendam. ...
... ...
... . 24-26; Cat. Amsterdam 1976, p. 826. In het Rijksmuseum is ook een ...
... ie ook cat. 100, met Jacht op het wilde zwijn, van Dordrechts Museum/Huis Van Gijn, waarop een onbekend wapen is omhangen met de halsketen van de Orde van Sint-Michael. ...
... e, Burgers 1971, cat. 33, met afb. (Een exemplaar in particuliere collectie, Inventaris Kalf nr. 353.) ...
... oegangsnr. 76, inv. nr. 605, nr. 32, inventaris van Ilpendam. Zie Fock 1997, pp. 46, 71, n...
-
125. Drie wandtapijten uit een reeks van tien met de Verlossing van de Mens
... naar de twee allegorische vrouwenfiguren in de bovenhoeken van het tapijt met de Strijd van Deugden en Ondeugden terwijl Christus wordt gekruisigd (zie cat. 125-b).2...
... n de Deugden dagen de Ondeugden uit, 7. Strijd van Deugden en Ondeugden terwijl Christus wordt gekruisigd (cat. 125-b), 8. Opstanding, 9. Hemelvaart van Christus (cat. 125-c), 10. Laatste Oordeel....
... erzoening van de Mens met God, en tenslotte het Laatste Oordeel met de overwinning van de Deugden over de Ondeugden. In de benedenhoeken van de voorstellingen bevinden zich steeds - met uitzondering van het wandtapijt met Schepping en Zondeval - zittende profeten en andere oudtestamentische figuren met tekstbanderollen. ...
... n soms ook de vormgeving ervan, is zeer vergelijkbaar met die va...
... 26 volledige wandtapijten, vijf met verkorte voorstellingen en vijf fragmenten bekend, behorend tot meer dan tien versch...
... nde-eeuwse auteur Alfred Michiels zou de reeks met de Verlossing van de Mens uit de collectie Berwick en Alba zich in de zestiende en zeventiende eeuw hebben bevonden in het kasteel van Duurstede bij Utrecht. Ze zouden afkomstig zijn uit het bezit van Philips van Bourgondië (1465-1524), bastaardzoon van Filips de Goede en bisschop van Utrecht, maar Michiels draagt daarvoor geen bewijzen aan.12 In elk geval zal het een vermogende eigenaar hebben betroffen, met een belangrijke, machtige religieuze en/of politieke positie.13 ...
... Het enige nu nog bekende tot de serie met de Verlossing van de Mens behorende wandtapijt dat gouddraad en ander metaaldraad bevat, is het exemplaar van Schepping en Zondeval dat zich bevindt in Narbonne (Frankrijk). Dit wandtapijt was onderdeel van een reeks van oorspronkelijk tien wandtapijten die in 1673 door François Fouquet, aartsbisschop van Narbonne, werd geschonken aan de kathedraal Saint-Just van Narbonne. Het zou dus goed mogelijk kunnen zijn - zoals door Thomas Campbell werd geopperd - dat het wandtapijt in Narbonne nog stamt uit de circa 1500-1502 met gouddraad vervaardigde reeks van Hendrik VII van Engeland.15 ...
... ateert uit circa 1500. Het gebruik in het Engelse document uit 1502 van de titel de Oude en Nieuwe Wet, die is ontleend aan twee figuren in een van de voorstellingen, in plaats van een naam te hanteren die de inhoud ...
... acht wandtapijten in bezit van Juan Rodriguez de Fonseca, bisschop van Palencia (1505-1514) en Burgos (1514-1524), waarvan hij voor zijn overlijden in 1524 de helft legateerde aan de kathedraal van Palencia en de andere helft aan de kathedraal van Burgos.17 Het is niet bekend wanneer Fonseca deze reeks precies had gekocht. De vier aan de kathedraal van Palencia geschonken wandtapijten bevinden zich nog steeds op die plek. In de kathedraal van Burgos zijn nu nog twee wandtapijten uit deze reeks. De twee andere aan Burgo...
... Het hierboven genoemde Engelse document uit 1502 geeft hiervoor nu de bevestiging. Een vervaardiging van cat. 125-a-c in Brussel is nu eveneens waarschijnlijk geworden....
... de scènes over het grote oppervlak werden verdeeld in een ineenvlechting van de verschillende verhaallijnen. Ondanks het grootschalige formaat, de vele figuren en het grote aantal verschillende handelingen is er toch een visuele eenheid verkregen in de voorstellingen, ook door middel van de gelijkmatige verspreiding van kleurvlakken en de plantenrijkdom tussen de figuurscènes....
... de Mens met een mogelijk aan De Coter toe te schrijven ontwerp voor een tapijt met de Gregoriusmis.21 Bij een rechtstreekse vergelijking van cat. 125-a-c met het bekende werk van De Coter is deze suggestie echter niet overtuigend....
... wandtapijt, cat. 125-b, was op de lange buitenmuur vanwege de vensteropeningen echter geen ruimte. De resterende muurvlakken werden bedekt door 'brocard rouge et or, parfaitement en harmonie avec les tons des tapisseries monumentales'. Om de wandtapijten zo goed mogelijk te kunnen zien, waren in het eikenhouten plafond met snijwerk van dieren en bloemen bovendien uiterst moderne elektrische leidingen aangelegd voor verlichting.23Cat. 125-a is het eerste van de tien wandtapijten van de reeks met de Verlossing van de Mens. Opvallend is de, zeven keer in deze voorstelling herhaalde, uitbeelding van de Drie-eenheid als drie identieke koningen. Dit zal zijn oorsprong hebben in de theatrale uitbeelding van dit concept, zoals in mirakelspelen, door drie personen in plaats van twee met daarbij een duif voor de Heilige Geest, zoals gebruikelijk.24Een ander exemplaar van Schepping en Zondeval is in de Fine Art Museums of San Francisco, afkomstig uit de collectie van William Randolph Hearst en oorspronkelijk van de kathedraal van Toledo.25 De kathedraal Saint-Just te Narbonne bezit eveneens een Schepping en Zondeval, dat als enige bekende wandtapijt in deze reeks rijk met metaaldraad is uitgevoerd en waarschijnlijk oorspronkelijk afkomstig is uit de Engelse koninklijke collectie.26 Een vierde exemplaar, zonder boorden, bevond zich in 1855 in het Vaticaan en in 1878 in de collectie M. Richard.27Conditie:Gerestaureerd bij Paswerk textielrestauratie te Haarlem en Cruquius, 2000-2003....
... isigd...
... inde de Mens van de Zonde te verlossen, zoals dat door de profeten in het Oude Testament, zittend in de benedenhoeken, was aangekondigd.Bij de hier afgebeelde zeven Deugden (Matigheid, Vroomheid, Nuchterheid, Kuisheid, Geduld, Nederigheid en Achting) is grotendeels afgeweken van het meer gebruikelijke gezelschap van de drie goddelijke deugden (Geloof, Hoop en Liefde) samen met de vier kardinale deugden (Rechtvaardigheid, Matigheid, Kracht en Voorzichtigheid).28 De Ondeugden die op cat. 125-b voorkomen zijn daarentegen wel de vaste groep van zeven hoofdzonden: Hoogmoed, Afgunst, Toorn, Luiheid, Gierigheid, Gulzigheid en Wellust.29De strijd van Deugden en Ondeugden werd reeds beschreven in het lange allegorische gedicht 'Psychomachia' van de Spaanse dichter Prudentius (348-410), waarin een reeks duels wordt uitgevochten van steeds een Deugd tegen een Ondeugd.30 In de 14de eeuw vormde de 'Psychomachia' nog de inspiratie voor het gedicht 'Le Pélérinage de la Vie Humaine' van Guillaume de Deguilleville, waarmee het onderwerp en tevens bepaalde elementen van cat. 125-b enigszins zijn te vergelijken.31In zestiende-eeuwse documenten werd de reeks die nu bekend staat als de Verlossing van de Mens in zijn geheel aangeduid met de titel van de Oude en Nieuwe Wet, naar de figuren met de bazuinen die links en rechtsboven op cat. 125-b zijn afgebeeld, ter weerszijden van de kruisiging.32Twee andere volledige exemplaren van deze voorstelling bevinden zich respectievelijk in de Fine Art Museums of San Francisco en in de kathedraal van Burgos.33 Een vierde exemplaar was in 1855 in het Vaticaan en in 1878 in de collectie M. Richard.34 Er zijn bovendien nog twee fragmenten van bekend, met respectievelijk het deel linksboven met de Oude Wet en de engel ernaast, en het gedeelte rechtsboven met de andere engel en de Nieuwe Wet.35Conditie:Gerestaureerd bij Paswerk textielrestauratie te Haarlem, 2000-2002....
... istus...
... NE MORTU[US] HO[MO] RURSU[M] VIVAT. JOB XIIII (vers 14), Denkt u dat als een mens sterft, hij zal herleven?); rechts, JUXTA E[ST] DIES P[ER]DICIONIS (uit Deuteronomium 32: 35, De dag der vergelding is nabij); MOYSES ETU (Mozes).Op de voorgrond groeien bloeiende planten en links in de voorstelling en tussen de figuurgroepen rechts van het midden onderaan staan enkele struiken.Voor de beschrijving van de boorden zie cat. 125-a.Commentaar:Cat. 125-c, dat samen met cat. 125-a in de Feestzaal of Balzaal van Kasteel de Haar hangt, is het negende in de reeks van tien wandtapijten met de Verlossing van de Mens.In zes taferelen, met maar liefst 138 figuren, zijn hier de Hemelvaart van Christus en de verzoening van de Mens met God voorgesteld.Het enige andere bekende exemplaar van de Hemelvaart van Christus bevindt zich in de kathedraal van Palencia.36Conditie:Gerestaureerd bij de Stichting Werkplaats tot herstel van Antieke Textiel te Haarlem, 1998-2000....
Notes
... ; Antoine 2007, pp. 20-24, 52-53; Campbell 2002, p. 26; Campbell 2007c, p. 87; Cleland 2008, pp. 65-66. ...
... e van de hertog van Berwick en Alba en de geschiedenis ervan, zie Dictionary of Art 1996, 1, pp. 528-529...
... ng van de Mens in de inventaris van het kasteel te Duurstede uit 1529 (gebaseerd op de inventaris van na het overlijden van Philips van Bourgondië in 1524) gepubliceerd in Sterk 1980, bijlag...
... is letterlijk sprake van één wandtapijt en negen bijbehorende boorden, maar uit het hoge bedrag aan invoerbelasting dat toen...
... 26-29; Cleland, Karafel 2017, pp. 474-475. ...
... 26-45. Voor schilderijen van De Coter, zie Van Schoute, De Patoul 1994, pp. 553-558. ...
... 26 Campbell 2007c, pp. 85-87. ...
-
67. Triomf van de Zeven Deugden (fragment)
... rd als een schilderijlijst, die later is aangenaaid.Commentaar:Tot 2001 was dit wandtapijt opgesteld in de Gouden Zaal van Museum Mesdag (nu De Mesdag Collectie). In dat jaar werd het daar verwijderd omdat dat vertrek toen als ruimte voor tijdelijke exposities in gebruik werd genomen.1Cat. 67 is rondom oorspronkelijk groter geweest. Ook de originele aangeweven boorden ontbreken. Deze zijn vervangen door een aangenaaide boord van machinaal weefsel, waarschijnlijk uit de negentiende eeuw, die een schilderijlijst imiteert in een variant op een type wandtapijtboorden dat aan het eind van de zeventiende en in het eerste kwart van de achttiende eeuw bij de Manufacture des Gobelins in Parijs werd toegepast.2Op cat. 67 is een triomfwagen voorgesteld met daarin vier allegorische vrouwenfiguren die de deugden personifiëren. Dit zijn de drie goddelijke deugden, Geloof, Hoop en Liefde, samen met de Rechtvaardigheid, de leidsvrouwe van de vier kardinale deugden.3 Ze zijn gezeten rondom een kompas en rijden met hun wagen in de richting die de kompasnaald aangeeft. De triomfwagen wordt begeleid door de Voorzichtigheid, ook een van de kardinale deugden.4 De figuur van het Geloof, linksboven op cat. 67, is boven en links afgesneden, waardoor haar hoofd ontbreekt.5 Ook het rechterdeel van cat. 67 is niet goed leesbaar omdat het onder meer dwars door bepaalde figuren is afgesneden....
... f wandtapijt, dat bovenaan is gedrapeerd, vastgehouden door putti, en is opgehangen aan de omkadering, bij Rubens - wiens inventie dit was - tussen zuilen en bij Sallaert met linten bevestigd aan een rondom lopende lijst van palmboomstronken, samen met cornucopia's en guirlandes van bloemen en vruchten. Dit laatste is echter op cat. 67 niet meer waar te nemen vanwege de afsnijdingen rondom het wandtapijt, maar wel op alle wandtapijten van deze reeks in Rome en Turijn.Daarnaast zijn het lage gezichtspunt, het thema van de triomfwagen en ook verschillende andere onderdelen van de voorstelling van cat. 67 tamelijk direct geïnspireerd op de Eucharistiereeks. Zo lijkt de vrouwenfiguur met de wapperende rokken rechtsvoor, die naast de triomfwagen loopt, sterk op een dergelijke figuur rechts op het wandtapijt met de Triomf van de Kerk uit de Eucharistiereeks.21 Ook de figuur van de Liefde op cat. 67 heeft grote overeenkomsten met Caritas verlicht de Wereld, een klein wandtapijt in die reeks.22 De vrouwenfiguur van het Geloof op cat. 67, met het boek voor zich, lijkt geïnspireerd te zijn op het kleine wandtapijt met de Geschiedschrijving in dezelfde reeks.23 De gevleugelde putto met de draperie op cat. 67 is eveneens van een type dat veel voorkomt op de Eucharistiereeks. Ook de leeuwenkop op het bijbehorende fragment uit de in 1920 geveilde privécollectie van H.W. Mesdag lijkt sterk op die van een leeuw op de Triomf van de Goddelijke Liefde uit die reeks.24Eveneens de naar ontwerpen van Antoon Sallaert in Brussel rond 1640 geweven, stilistisch zeer aan de Geschiedenis van de Zeven Deugden verwante reeks met het Leven van de Mens, was - zoals eerder aangeduid - geïnspireerd door de Eucharistiereeks van Rubens.25 Zo zijn hierop vergelijkbare zwierige figuren, het lage gezichtspunt en de omlijsting met zuilen toegepast. Ook komen er meerdere deugden in de verschillende voorstellingen voor, alleen een enkele keer in een triomfwagen, zoals op de Deugd triomfeert over alle ondeugden.26 Hiervan bevindt zich de ontwerptekening door Sallaert in het Museum Plantin-Moretus in Antwerpen.27 De diagonale plaatsing van de triomfwagen daarop, met een bijna frontaal gezicht op de figuren erin, wordt vrijwel herhaald in de voorstelling van cat. 67. Dit is in tegenstelling tot de meer traditionele horizontale plaatsing van triomfwagens, zoals ook door Rubens in zijn Eucharistiereeks werd toegepast.28 Een andere eigen vinding van Sallaert is de aanwezigheid van alle deugden in en bij de triomfwagen in de voorstelling van de Triomf van de Zeven Deugden. Op eerdere wandtapijten met triomfvoorstellingen, ook van de Eucharistiereeks door Rubens, bevond zich steeds een enkele deugd in de triomfwagen.29Conditie:De hoofdvoorstelling is onder, boven en vooral rechts afgesneden. Bovenlinks is een groot fragment30 (met een trapsgewijze naad rechts) en linksonder een rechthoekig grijs vlak ingezet. Langs de gehele onderrand zijn vele verschillende kleine fragmenten ingezet en aangevuld met herwevingen. Rechts zijn enkele horizontale naden van reparaties zichtbaar. Het geheel is omgeven door een machinaal geweven boord die later is aangenaaid....
Notes
... s Pêcheurs) van het Rijksmuseum in Amsterdam in Hartkamp-Jonxis, Smit 2004, cat. 105. ...
... e, Holland), nr. 366. Afmetingen: 152 x 66 cm. De tegenwoordige verblijfplaats ervan is onbekend. ...
... 268-283 (cat. 101-107). Het wandtapijt van het Quirinaal met de Triomf van de Zeven Deugden (cat. 107) heeft de afmetingen: 477 x...
... 269, 272, 274, 276, 278, 280-281, 283. Tevens Ripa 1971. ...
... as door Jacob van Zeunen, met zijn initialen I.V.Z. Zie Forti Grazzini 1994, 1, pp. 268, 272-274. Ook de signatuur van Liefde is foutief gerestaureerd, met Z.A.I. in plaats van het oorspronkelijke I.V.Z. Zie Idem, pp. 274-276. Bij Matigheid ontbreekt e...
... 269, 278. De foto is niet opgenomen in de Getty Photo Archive Database op internet. ...
... ardon. De tegenwoordige verblijfplaats ervan is onbekend. Zie De Poorter 1978, 1, pp. 231-...
... 26 Zie bijvoorbeeld Cat. Madrid 1986b, pp. 139, serie 58/V en p. 146, serie 59/IV. ...
-
95. Twee wandtapijten uit een reeks met mythologische voorstellingen
... tesquieu (1689-1755) uit 1725.10 Deze speelt zich af op het Griekse eiland Cnidus (Knidos), waar in de tempel van Aphrodite (Venus) een vermaard beeld van de liefdesgodin door Praxiteles stond. Hoewel het er niet bij staat, waren mogelijk ook de andere beschreven onderwerpen van de schilderijen van Leclerc op dit boek gebaseerd of er door geïnspireerd.11 Het tweede en het vierde onderwerp komen voor op de wandtapijten in Doorn, die dus rond 1782-1790 door Léonard Roby te Aubusson zullen zijn vervaardigd.12Er is niet erg veel bekend over de schilder Marie-François Leclerc (gedocumenteerd 1755-1789). Hij stamde uit een bekend Frans kunstenaarsgeslacht en kreeg zijn opleiding onder meer van zijn vader, de schilder Sébastien II Leclerc (1676-1763). Zijn broer, Jacques Sébastien (1734-1785), genoemd Leclerc des Gobelins, was eveneens schilder en gaf les bij de Gobelins.13 Marie-François Leclerc schilderde in de jaren 1770 de ontwerpen voor een wandtapijtreeks met voorstellingen uit het Oude Testament en in 1786-1789 werkte hij samen met de voor de Gobelins en Aubusson werkzame wandtapijtontwerper Jacques-Nicolas Julliard (1719-1790).14 Naast cat. 95-a-b zijn er twee andere in Aubusson en Felletin geweven wandtapijten bekend naar ontwerpen van Marie-François Leclerc, Justitia (1760) en de Kruisiging (1784), beide met een decoratieve achtergrond met een damastpatroon.15Leclerc heeft zich voor de voorstellingen op cat. 95-a-b nauw aangesloten bij de stijl en thematiek van bij de Gobelins en Beauvais vervaardigde wandtapijten, zoals in die tijd vaker in Aubusson gebeurde.16 Met name is de invloed van het werk van François Boucher aanwijsbaar. Naast bijvoorbeeld het voorkomen van een zeer vergelijkbaar type putti, is de sterkste overeenkomst die van het altaar met daarboven de schuin op haar wolk liggende Venus op cat. 95-a met eenzelfde voorstelling op een grisailleschildering van Boucher, hoogstwaarschijnlijk een ontwerp voor een ets, met Psyche weigert de geschenken van de goden uit circa 1740.17 ...
... getraceerd.19Cat. 95-a-b naderen de hoge kwaliteit van wandtapijten die werden geweven door de koninklijke werkplaatsen van de Gobelins en Beauvais en zijn het beste wat een particuliere opdrachtgever van buiten het Franse Hof in die tijd in Frankrijk kon verwerven. Ze werden dan ook wel beschreven als behorend tot 'het fraaiste wat zich op dit gebied in Nederland bevindt'.20...
... n culte, sujet tiré du temple de Cnide'.21 Een voorstelling dus van twee geliefden die voor het altaar van Venus hun trouw komen zweren aan de liefdesgodin, zoals dat werd beschreven in de populaire achttiende-eeuwse herdersroman Le Temple de Gnide van Montesquieu.22 In het boek, zich afspelend op het Griekse eiland Cnidus (Knidos) waar in de tempel van Aphrodite (Venus) een vermaard beeld van de liefdesgodin door Praxiteles stond, verhaalt de schrijver de liefde van de verteller voor de kuise Thémire. De omschrijving van dit door Roby bestelde schilderij is helemaal van toepassing op het wandtapijt in Doorn, waar twee geliefden plechtig samen knielen en staan voor een Venusaltaar en waar tevens op de achtergrond een antieke tempel staat.Naast de reeds in de inleiding genoemde elementen in de voorstelling van cat. 95-a die zijn geïnspireerd op het werk van François Boucher, zoals de putti en het altaar en de wolk daarboven met de schuin liggende Venus, kunnen hier nog de priesteres met sluier en bloemslinger, de fluitspeler, de ronde tempel in de verte en de grote vis of dolfijn daaraan worden toegevoegd.23Conditie:Goed. Conservering bij de Stichting Werkplaats tot herstel van Antieke Textiel te Haarlem, 1983-1984....
... ttributen als de liefdesgodin, waaronder de veelvuldig op cat. 95-b voorkomende roos.Hoewel niet vermeld in het ongedateerde verzoekschrift van Léonard Roby uit Aubusson dat werd doorgestuurd op 16 oktober 1782, is het onderwerp van dit wandtapijt met Het offer aan de drie Gratiën waarschijnlijk evenals dat van het bijbehorende cat. 95-a gebaseerd of geïnspireerd op de herdersroman Le Temple de Gnide van Montesquieu uit 1725.25 Hierin wordt namelijk beschreven hoe Venus de Gratiën aanroept om de kuise herderin Thémire te kronen vanwege haar grote schoonheid.26Een smal wandtapijt, zonder boorden, met een uitsnede uit de voorstelling van cat. 95-b met het beeld van de drie Gratiën onder een baldakijn en de drie vrouwen met manden er linksvoor is bekend van een New Yorkse veiling uit 1936.27Conditie:Goed. Conservering bij de Stichting Werkplaats tot herstel van Antieke Textiel te Haarlem, 1983-1984....
Notes
... oning Lodewijk XVI aan prins Hendrik van Pruisen in 1784. ...
... is. Cat. tent. New York, Detroit, Parijs 1986, cat. 36. ...
... circa 1760 in Aubusson geweven reeks mythologische voorstellingen met kleine figuren. Zie ...
... arijs 1986, p. 77, afb. 50 en cat. 16, 26, 34, 36, 46, 56. ...
... 26 Montesquieu 1949, pp. 399-400. Zie tevens Bertrand 2013, p. 245. ...
-
42. Twee wandtapijten uit een reeks met de Geschiedenis van Marcus Antonius en Cleopatra
... ius en Cleopatra waarvan de ontwerpen kunnen worden toegeschreven aan de Franse schilder Charles Poërson (circa 1609-1667).5 De voorstellingen van cat. 42-a-b gaan echter geen van beide terug op de ontwerpen van Poërson uit het midden van de zeventiende eeuw.6Het is niet bekend of er buiten de genoemde drie nog andere voorstellingen bij deze reeks hoorden, en zo ja, hoeveel en welke dat dan waren.Volgens een vermelding in 1893 en een foto uit omstreeks 1930 bevonden cat. 42-a-b zich toen reeds op Paleis Het Loo, doch in een andere ruimte dan tegenwoordig, namelijk in de slaapkamer van Mary II (Stuart).7 De herkomst van deze twee wandtapijten voorafgaand aan de aankoop door koningin Emma (1858-1934) is echter niet bekend.8 ...
... Levens), 'Leven van Antonius', 26: 1-4.9 Nadat Marcus Antonius haar in zijn functie als bewindhebber van het Oostelijke Romeinse Rijk had gevraagd om hem te ontmoeten bij Tarsus, voer Cleopatra volgens Plutarchus op zeer theatrale wijze de rivier de Cydnus op in een prachtig versierd schip, waarop ze vervolgens samen zouden dineren.De figuur van Cleopatra op cat. 42-a en ook van de staande vrouw rechts van haar worden herhaald - zij het met variaties - in de wandtapijten van de weesmeesterenkamer van het stadhuis te Enkhuizen, vervaardigd door Alexander Baert in 1710.10Conditie:Goed. De reeks werd gerestaureerd bij De Wit, Koninklijke Manufactuur van Wandtapijten N.V., te Mechelen in 1998....
... bare paarlen oorhangers in haar wijnglas te gooien. Op cat. 42-b is het moment afgebeeld waarop ze de parel aan haar oor losmaakt. Om blijk te geven van haar onverschilligheid voor rijkdom zou Cleopatra de wijn met de daarin opgeloste parel vervolgens opdrinken.De voorstelling van cat. 42-b is anders dan de versie van Cleopatra's banket naar ontwerp van Charles Poërson uit het midden van de zeventiende eeuw, waarop de afgebeelde figuren veel meer beweging suggereren.12De figuur van Cleopatra op haar zetel wordt, op de houding van de rechterarm na, letterlijk herhaald in een van de wandtapijten van de weesmeesterenkamer van het stadhuis te Enkhuizen, vervaardigd door Alexander Baert in 1710.13 Ook het vruchtenstilleven rechts komt letterlijk zo voor op een van de andere wandtapijten van de reeks in Enkhuizen.14Conditie:Met aan de rechter- en bovenzijde van de zittende figuur van Marcus Antonius een verticale lijn met aansluitend een horizontale lijn van een, nu weer vastgezette, uitsnede voor een deur. Zie verder bij cat. 42-a....
Notes
... is Enkhuizen. ...
... wandtapijt uit de Geschiedenis van Amadis en Oriane door Alexander Baert, in h...
... ...
... Met dank aan Paul Rem voor deze informatie. De huidige plaats is de 'Kleercamer' van koningin Mary II Stuart. ...
... 26. ...
... is Enkhuizen. ...
... ...
... is Enkhuizen. ...
... is Enkhuizen. ...
-
209. Bloemvazen en palmtakken met het wapen van Pierre Nivelle als abt van Cîteaux, generaal-abt van de orde der cisterciënzers
... 7;, waarmee een vervaardiging in de - nabij de Auvergne gelegen - productiecentra Aubusson en Felletin werd bedoeld.Echter nergens kunnen de documenten aan bestaande wandtapijten uit Aubusson of Felletin worden gekoppeld, waardoor er geen zekerheid is over hoe die gedocumenteerde wandtapijten er precies uitzagen.Ook stilistisch gezien is het niet mogelijk om cat. 209 definitief aan een bepaald productiecentrum toe te kunnen schrijven. Hierboven werd al beschreven dat er in meerdere landen en productiecentra wandtapijten met bloemvazen werden vervaardigd. Verschillende andere elementen kunnen eveneens zowel vóór als tegen een vervaardiging in de Noordelijke of de Zuidelijke Nederlanden, ofwel Frankrijk pleiten. Bijvoorbeeld lijken de fondkleuren lichtbeige en bruin en het ontbreken van de kleur rood eerder te wijzen op Oudenaarde, Antwerpen of Aubusson dan een werkplaats in de Noordelijke Nederlanden, terwijl ornamentboordjes met een vergelijkbaar kralenmotief en de gespiegelde bladvoluten in de boorden onder meer ook voorkomen op zeventiende-eeuwse cartouchetapijten en tafelkleden uit de Noordelijke Nederlanden.26 Andere afzonderlijke elementen in de boorden, zoals gespiegelde cornucopia's, bladranken, bloemvazen, vogels en edelstenen aan een draadje en ook de opvatting van de boorden lijken enigszins op die van wandtapijten uit Antwerpen en Brugge uit de tweede helft van de zestiende eeuw.27 Ook komen dergelijke elementen voor op zeventiende-eeuwse wandtapijten uit Aubusson, maar dan meestal eenvoudiger van vorm en minder regelmatig.28 De relatief geringe fijnheid van het weefsel van cat. 209, van 4,5 kettingdraden per cm, wijst weer nog het meest naar Oudenaarde of Aubusson.De boorden van cat. 209 lijken in ieder geval aan te sluiten bij de Franse smaak, die ook in de Nederlanden toonaangevend was.Het feit dat cat. 209 voorzien is van het wapen van een Franse opdrachtgever, zoals ook enkele eraan verwante wandtapijten, wijst niet noodzakelijkerwijs op een vervaardiging in Frankrijk. Zo werd een reeks pergolatapijten, met aan die van cat. 209 vergelijkbare grote bloemvazen onder portico's, voor kardinaal Richelieu, de opvolger van Pierre Nivelle als abt van Cîteaux, en voorzien van diens wapens, vervaardigd te Brussel in de eerste helft van de zeventiende eeuw.29 Kennelijk overtrof in die periode in Parijs de handel in wandtapijten uit de Zuidelijke Nederlanden, vooral van verdures en 'Bloempotten', ook de eigen productie in Frankrijk.30De verbeelding van realistische bloemen in de toegepaste kunsten kwam in de mode in Frankrijk in de tijd van koning Lodewijk XIII, omstreeks 1620-1630, gestimuleerd door de import van nieuwe plantensoorten in Frankrijk, waaronder bolbloemen als tulpen en narcissen, en de publicatie van prenten daarvan in zogenoemde Florilegia.31 Ook in de in opdracht van Pierre Nivelle, met name te Luçon, uitgevoerde interieurschilderingen, waarschijnlijk door schilders die bij hem in dienst waren, komen opvallend veel bloemen en bloemvazen voor.32Er zijn verschillende wandtapijten bekend met een aan cat. 209 verwante voorstelling. Een iets smaller exemplaar dan cat. 209 met hetzelfde boordtype, maar zonder wapen daarin en voorzien van een ander soort ornamentboordje rondom, is bekend van een veiling in Wenen in 1911.33 Een wandtapijt met een vergelijkbare bloemvaas tussen gekruiste palmtakken vergezeld van een verticale rij kleinere vazen en met hetzelfde type boorden bevond zich tot 2003 in de collectie De Wit-Blondeel.34 Dat exemplaar is smaller dan cat. 209 en heeft een donkerblauw fond en boorden met een geel fond zonder ornamentboordje aan de binnenzijde. Ook bevindt zich een wandtapijt van hetzelfde type in het Nationaal Museum in Warschau.35 Dat exemplaar is breder dan cat. 209, het heeft een voorstelling met een roodbruin fond en twee grote vazen die niet op grondjes zijn geplaatst en is voorzien van een ander type boorden. Een daarmee vergelijkbaar exemplaar, eveneens met een roodbruin fond en twee grote vazen zonder grondjes, maar niet voorzien van boorden, is in bezit van het Museum der Stadt Aschaffenburg.36 Twee smalle wandtapijten met een bloemvaas op een met bloemen en gras begroeid grondje tegen een licht fond, met weer andere boorden, maar wel met een aantal dezelfde elementen als in de boorden van cat. 209, werden in 1923 geveild te Parijs.37 Een van de grootste wandtapijten van dit type is in de collectie van de Hermitage in Sint Petersburg.38 Een exemplaar zonder boorden, maar wel met hetzelfde smalle ornamentboordje als cat. 209, met een grote vaas zonder grondje op een wit fond, is in bezit van de Fondation Toms Pauli te Lausanne.39 Een daaraan vergelijkbaar wandtapijt, maar met de grote vaas staand op een grondje, is bekend van een veiling uit 1983 in New York.40Conditie:Goed. Met verkleurde oude restauraties, met name in de boorden....
Notes
... ist tussen 1745 en 1924, zie Van Groningen 2002, pp. 81-120. ...
... de Vendée, tevens onderzoeker naar Pierre Nivelle, in zijn château de la Cour d'Aron te Saint-Cyr-en-Talmondais. Zie De Reyniès 2010, p. 204, afb. 65.1; Tessier, Boureau, Réau 2018, pp. 124-127, met kl. afb. ...
... wapen: Tessier, Boureau, Réau 2018, pp. 124, 126. ...
... issen van 10-15 februari 1660 en 7 maart 1660. ...
... 266, met afb. Zie De Reyniès 2010, p. 207, noot 1. ...
... rdigd te Antwerpen omstreeks 1650, van Raadhuis Epe. ...
... , Vorden. Tevens Hartkamp-Jonxis, Smit 2004, cat. 85. ...
... es.' Gepubliceerd in Guiffrey 1885, p. 356. Zie tevens Veiling collectie Bernard Blondeel & Armand Deroyan, Londen, Christie's, 2 april 2003, nr. 36; De Reyniès 2010, p. 206. ...
... is, Smit 2004, p. 190. ...
... is Doorn. ...
... isser 1986, p. 141. ...
... is Bertrand. ...
... 26 Zie Woldbye, Burgers 1971, cat. 7, 10-11, 43-44. Tevens cat. 88, Huis Doorn. ...
... 269; Chevalier, Chevalier, Bertrand 1988, pp. 54-55. ...
... is onbekend, 29 september 1911, nr. 531, met afb. ...
... rnard Blondeel & Armand Deroyan, Londen, Christie's, 2 april 2003, nr. 36, met kl. afb....
... wordt ook nog een tapijt van dit type gesignaleerd op Veiling New York, Christie's, 21 mei 1997, nr. 324, afkomstig van Galerie Yves Mikaeloff, Th...
-
210. Reeks van drie Landschapsverdures met voorstellingen uit de Metamorfosen van Ovidius
... sen lieten uitvoeren door verschillende werkplaatsen in uiteenlopende productiecentra, zoals eveneens uit het bovenstaande blijkt, maakt het niet eenvoudig om toeschrijvingen te doen.Ook de boorden van cat. 210-a-c zijn verwant aan enkele in Brussel vervaardigde boorden, zoals die van een Landschapsverdure door Hendrick II Reydams (van vóór 1719) in een particuliere collectie13 en van een reeks met de Geschiedenis van Cleopatra naar Charles Poërson uit circa 1670 in het Musée des Arts Décoratifs te Lyon14, maar ze zijn iets anders opgevat en ook minder fijn van uitvoering. Ook een uitvoering van de Metamorfosenreeks door Daniël Abeloos en Jacob I van der Borcht uit Brussel, waarschijnlijk uit het laatste kwart van de zeventiende eeuw, is voorzien van zeer met cat. 210-a-c vergelijkbare boorden, met verwante bloemslingers maar zonder linten en met een bloemvaas middenonder.15De uitvoering van de boorden van cat. 210-a-c doet iets meer denken aan die van enkele Oudenaardse bloemenboorden uit omstreeks 1665-1700, maar precies dezelfde boorden zijn nog niet teruggevonden bij wandtapijten waarvan is vastgesteld dat ze in Oudenaarde werden geweven.16 Daarnaast is er een vergelijkbare bloemenboord, doch zonder linten, bekend van een in Antwerpen door de werkplaats van Philips Wauters vóór 1679 vervaardigd Boslandschap met kippen in de Zweedse Koninklijke verzameling.17Het enige andere bekende voorbeeld van een wandtapijt met dezelfde boorden als cat. 210-a-c is in bezit van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.18 Het maakte tot 1963-1964 ook deel uit van dezelfde reeks als cat. 210-a-c.19 Deze landschapsverdure met Byblis verandert in een bron, een voorstelling uit het verhaal van de tweeling Byblis en Caunus uit Ovidius' Metamorfosen, eveneens over een gedaanteverwisseling bij een ongewenste liefde, heeft een enigszins ander karakter dan cat. 210-a-c, en is ook rechtstreekser ontleend aan een Frans voorbeeld.Er zijn geen andere exemplaren met dezelfde voorstellingen als cat. 210-a-c bekend....
... voorbeelden van voorstellingen met Apollo en Daphne waarop hetzelfde moment is afgebeeld. Op geen daarvan zijn de houdingen van de figuren echter helemaal hetzelfde als op cat. 210-a.20 Wel zal de ontwerper van cat. 210-a bekend zijn geweest met zeventiende-eeuwse Brusselse en Franse wandtapijten met dit onderwerp. Een voorbeeld hiervan is een wandtapijt uit circa 1660 naar ontwerp van Jan Boeckhorst (1604-1668) uit een reeks van acht te Brussel vervaardigde wandtapijten met de Geschiedenis van Apollo van het Patrimonio Nacional te Madrid.21 Apollo draagt daar een gevechtstenue dat zeer vergelijkbaar is met dat op cat. 210-a. Ook de hoofdpersonen van een rond 1625-1675 door de werkplaats van Raphaël of Sébastien François de La Planche te Parijs geweven wandtapijt met Apollo achtervolgt Daphne van een onbekende ontwerper, in het Museum of Fine Arts te Boston, lijken voor verschillende details inspiratie voor cat. 210-a te hebben geleverd.22 Een wandtapijt met Apollo en Daphne uit een reeks Metamorfosen ontworpen door Jacob van Helmont en Augustin Coppens naar voorbeeld van schilderijen van de Fransman Charles de Lafosse door de Reydams-Leyniers werkplaats te Brussel uit omstreeks 1712-1713, in de National Gallery of Art te Washington, toont een enigszins andere opvatting van het thema, met Daphne die Apollo met één hand afweert.23Conditie:Conserverende behandeling bij de Stichting Werkplaats tot herstel van Antieke Textiel te Haarlem,...
... heen blaast. Dit bevalt hem zo dat hij een fluit van de stengels maakt. Deze pansfluit, die is opgebouwd uit een rij fluitjes van verschillende lengte, wordt 'syrinx' genoemd, naar de bosnimf.Waarschijnlijk zal de ontwerper van cat. 210-b bekend zijn geweest met de figuurvoorstelling door Peter Paul Rubens (1577-1640) op een schilderij met Pan en Syrinx uit 1626, waar hetzelfde moment wordt verbeeld, met de vluchtende Syrinx kort voor haar gedaanteverandering, en Pan die in de bos met rietstengels grijpt.25 De houding van de figuren is echter anders, met als grootste verschil dat op cat. 210-b de rug en het achterhoofd van Syrinx naar de beschouwer zijn gekeerd in plaats van bij Rubens haar gezicht en ontblote bovenlijf.Conditie:Met vrij grote gerestaureerde partijen. Conserverende behandeling bij de Stichting Werkplaats tot herstel van Antieke Textiel te Haarlem, 1974-1976....
... Beiden zouden zonder elkaar weinig aantrekkelijks hebben. De boom heeft geen functie zonder de wijnstok en zonder steun van de boom zou de wijnstok plat op de grond liggen. Ook vertelt Vertumnus haar een verhaal over een minnaar die zich ophing omdat hij werd afgewezen, waarna het voorwerp van zijn liefde in steen veranderde. Pomona geeft dan haar weerstand op en wordt verliefd op Vertumnus als hij zich in zijn ware gedaante aan haar toont.Het verhaal van Vertumnus en Pomona, met de achterliggende huwelijksmoraal, was een van de meest geliefde mythologische onderwerpen van Nederlandse schilders in de zeventiende eeuw.26 Het genoot echter vooral populariteit in de Nederlanden. In de Italiaanse en Franse kunst werd het nauwelijks verbeeld.Zoals hierboven reeds is beschreven, werd aan het eind van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw dit onderwerp ook opgenomen in verschillende reeksen wandtapijten met voorstellingen uit de Metamorfosen die werden vervaardigd in Brussel, Antwerpen en Oudenaarde.Conditie:Conserverende behandeling bij de Stichting Werkplaats tot herstel van Antieke Textiel te Haarlem, 1974-1976....
Notes
... is, Smit 2004, cat. 103a-d. ...
... en en cat. 85-a-e, de Conversatie van de dames van Het Nijenhuis, Diepenheim. ...
... is Eerde, Ommen. ...
... 150, 172, 177, 221, 224, 235, 258, 264, 318, 341; De Meûter 1999a, pp. ...
... isser 1986, pp. 139-140, 142-143. ...
... ...
... erij, dat werd uitgevoerd door Jan Brueghel (II) (1601-1678), is geheel anders dan dat op cat. 210-b. ...
... ...
-
105. Twee kussens met het wapen van de droogmakerij De Purmer
... Amsterdam voor de Oude Kerk vanaf 1681 tot aan zijn dood in 1706 een groot aantal wapens voor het zogenaamde burgemeestersglas.5De kussenbladen waren gereed vóór 1 mei 1680, toen De Graeff noteerde dat hij de rekening, na een aanmaning, had doorgestuurd aan het waterschapsbestuur: 'een ordonnantie onder de hant gepasseert om bij Jan van Hattingh ontvanger van Purmer te betaelen aen Cornelis Coppens voor 18 kussenblaeden f 162: gl.'6Cat. 105-a-b zijn afkomstig uit het Prinsenhof te Edam. Hier was een kamer ingericht voor de vergaderingen van het polderbestuur van de Purmer, de Purmerkamer. Het Prinsenhof werd gesloten in 1830 en ingericht als stadstekenschool.7 Een derde kussenblad met het wapen van de droogmakerij De Purmer uit 1679 bevindt zich sinds 1877 in de collectie van het Rijksmuseum in Amsterdam.8Conditie:Restauratie cat. 105-a-b door leerlingen van de Opleiding voor Restauratoren bij de Stichting Werkplaats voor herstel van Antieke Textiel te Haarlem in 1983. Met rondom franje. De achterzijde van donkerblauwe wollen stof is later aangebracht. Bij de restauratie in 1983 zijn van cat. 105-b een lacune en losliggende kettingdraden, met name in de voorstelling binnen de cartouche, op een ondergrond vastgezet....
Notes
... n notulen, nr. 7, resolutie 5 april 1679. Zie Hartkamp-Jonxis, Smit 2004, cat. 80, noot 63. ...
... Archief van de Familie De Graeff, inv. nr. 199, 26 april 1679: 'tot Delft met de Hr Becker ...
... is Coppes (sic) gesprooken en sullen de bladen van de Purmer kussens volgens 't patroon mijn verthoont ieder 't uyt...
... ds in 1679 voor hem maakte. Zie Fock 2007, p. 22, noot 21. Tevens verder bij cat. 134-a-d, Vier kussens met applicatiewapens in tapisserie van Frans Banninck Cocq, Nederlands Hervormde Gemeente, Ilpendam. ...
... s 1994-1995, pp. 32-33, fig. 6; Hartkamp-Jonxis, Smit 2004, cat. 80. ...