Search
-
Cat. nrs. 25a en 25b
... uten gewelfvak, hoogte: ca. 440 cm; breedte: basis ca. 760 cm, korte zijde boven ca. 258 cm (zui...
... Eikema Hommes en Lidwien Speleers)2.2.1. ondertekening en onderschilderingAangezien de voorstelling overwegend dekkend is uitgewerkt, zijn slechts hier en daar kleine stukjes van de ondertekening en de onderschildering zichtbaar. Zo schemert in en langs het handje en de pols van de putto die rechts van Juno een stokroos ophoudt, een dun donker geschilderd lijntje door (fig. 1) dat vermoedelijk deel uitmaakt van een fijne tekening in penseel op de grondering. Van Everdingen moet in de eerste schets de vormen precies hebben aangegeven, want de voorstelling is nauwkeurig en in kleur onderschilderd. De onderschildering is zichtbaar in de beschaduwde partijen van diverse lichamen en vogels, in het uitgelichte gezicht van Juno (fig. 4), in enkele bladeren en hier en daar in de draperieën, vooral in de blauwe draperie van Venus tussen de vleugels van de zwanen (fig. 3). Zelfs details werden hier en daar al aangeduid. Zo is de krans om de nek van de pauw helemaal rechts blad voor blad in de veren uitgespaard....
... n de gele draperie van Venus met halftransparant roodbruin. Sommige rode rozen zijn in eerste opzet niet meer dan een vlakke roze cirkel (fig. 2), terwijl andere al in de onderschildering met rode transparante verf zijn gemodelleerd. Rond het hoofd van Juno is te zien dat het lichtgele deel van de lucht met lichtgrijs is voorbereid (fig. 4). Dit is een lichtere grijstint dan de grondering, die onder andere zichtbaar is in het groepje putti en de wolkenlucht rechts in de voorstelling....
... een dun met lichte huidkleur bedekt, om een vloeiende overgang te bewerkstelligen (fig. 1 en 5). De belichte partijen zijn uitgewerkt met roze huidtinten die doorgaans dekkend zijn aangebracht, behalve in het dun en transparant geschilderde gezicht van Juno (fig. 4). De draperieën zijn met fellere en meer dekkende verven uitgewerkt dan die van de onderschildering. Voor de blauwe draperie is verf van azuriet, loodwit en wat indigo gebruikt (2001/71= fig. 3), waarbij eerst de schaduwen zijn geschilderd en daarna het lichte blauw. Het gele kleed van Venus is gemodelleerd met bruinrood, oranje en geel waarop na droging de hooglichten zijn aangegeven met een taaie, felgele verf. Bij de vogels zijn de belichte delen dekkend uitgewerkt maar in de schaduwpartijen is de bruine onderschildering gebruikt in het eindresultaat, doordat het open is gelaten of alleen transparant is beschilderd (fig. 6)....
... de voorstelling bevinden zijn net zo spaarzaam uitgewerkt, vooral in hun schaduwen. De in tegenlicht weergegeven putti bovenin bestaan vrijwel alleen uit dunne bruine verven en lijnen evenals de grote adelaar, waarvan slechts de kop en klauwen dekkend en met details zijn uitgewerkt.Sommige figuren of delen ervan zijn minder geslaagd. Zo zijn enkele rozen met meer zorg en vaardigheid geschilderd dan andere exemplaren en van de musicerende putti rechts hebben er enkelen vormeloze voetjes en handjes, en harde gezichtjes. Dit komt vooral door grove toetsen die op het allerlaatst zijn gezet. Daarmee werden de lippen aangezet, de pupillen met zwart ingevuld en kregen de neusjes een harde slagschaduw. Dit gebeurde ook bij de putto in het midden van het kleine gewelfvak. De putto daaronder, die we op de rug zien, lijkt met zijn onlogisch geplaatste schaduwen, geforceerde naar achteren gedraaide schouder en zijn stevige, bijna gekleide haardos helemaal niet op een Van Everdingen-figuur....
... ilderen. Door de toegenomen transparantie van de verf door veroudering, zijn de pentimentitegenwoordig van dichtbij echter goed zichtbaar.2.2.4. verouderingsverschijnselenDe kleuren van de voorstelling zijn, net als in de andere schilderijen van Van Everdingen, mooi bewaard gebleven. Enkele partijen vertonen jeugdbarsten, zoals sommige blaadjes en de appel die Venus in haar hand houdt. De goed zichtbare repentirs van Venus’ armen wijzen erop dat haar huidverf en de roze verf van de doek van Juno in de loop der tijd transparanter zijn geworden – waarbij ook verpoetsing een rol kan hebben gespeeld. Ook sommige groene blaadjes in de bloemenkransen lijken transparanter geworden aangezien de onderlagen sterk doorschemeren.2.3. signatuur en opschriften2.3.1. signatuurgeen2.3.2. opschriftengeen2.3.3.opschriften met houtskool op het pleisterwerk in de Oranjezaalniet van toepassing2.4. restauratie2.4.1. onderzoeksgegevens restauratiegeschiedenisgeen nadere gegevens beschikbaar...
... n een van onderaf komend reflectielicht. Deze lichteffecten zijn gecombineerd ook toegepast in het gewelf bij een aantal putti. Net als in De Geboorteheeft de schilder in dit gewelf ‘bevriende kleuren’, zoals in de zeventiende eeuw kleuren werden genoemd die qua tint en toon verwant zijn 7, gegroepeerd tot grotere eenheden. Bij de wolken, zwanen, duiven en de aangrenzende putto met het papier zijn allerlei grijstinten bij elkaar geplaatst. Deze werkwijze is ook te zien bij de roze doek van Juno en het groepje putti rechts daarvan waar allerlei warme roze en bruine tinten verenigd zijn. Door het afwisselen van licht- en schaduwpartijen in de lichamen hebben de dicht bijeengeplaatste putti een krachtig modelé en komen ze goed van elkaar los, ook al is er, zoals gezegd, nauwelijks een contourlijn aan te pas gekomen. Dit doet sterk denken aan de stroom putti tussen de wolken in De Geboorte achter Willem van Oranje. In beide schilderijen heeft de schilder zich tevens uitgeleefd in de natuurgetrouwe weergave van de rieten manden.Technisch onderzoek toont ook een grote overeenkomst aan in pigment- en verfgebruik tussen het gewelf en de twee doeken van Van Everdingen. De voorstelling moet net als in de doeken uitvoerig zijn voorbereid, want de onderschildering die daarna werd aangebracht is precies geplaatst. Enkele bloemenkransen werden zelfs al blad voor blad voorbereid. In de doeken is, op een enkel dun verflijntje na, van de ondertekening geen spoor meer te zien en dat geldt ook in het gewelf (fig. 1). De in vloeiende verven uitgevoerde onderschildering heeft gedempte kleuren, waarbij deels dezelfde pigmenten zijn gebruikt als in de doeken. De blauwe draperie van Venus en de halzen van de pauwen bijvoorbeeld zijn voorbereid met indigo; een pigment dat Van Everdingen ook gebruikte als onderschildering in de blauwe partijen van de Vier muzen. Ook de opbouw van de huidtinten vertoont grote overeenkomsten. Eerst werden de schaduwpartijen voorzien van een bruine onderlaag terwijl de lichte en middentonen werden voorbereid met, naar het lijkt egaal aangebracht, bleekgeel. Na droging werden de lichamen grotendeels dekkend uitgewerkt, waarbij de bruine onderschildering in de halfschaduwen wél een rol speelt in het eindeffect, zij het in het gewelf minder dan in de muzen. Het bruin is bijvoorbeeld in verschillende putti zichtbaar gelaten (fig. 1 en 5) of alleen bedekt met een transparante huidkleur om een vloeiende overgang naar de lichte tonen te bewerkstelligen. In zijn Vier Muzenkraste Van Everdingen in de natte verf om de structuur van haren te imiteren. In het gewelf is een dergelijk effect weliswaar niet toegepast, maar wel is de vorm van de rechterhand van Venus, die pas in tweede instantie op deze plek kwam, aangegeven door de contour ervan in de natte verf van haar rechter bovenarm te krassen....
... zicht van Juno is schematisch opgemaakt (fig. 4).Een ander verschil is dat in de twee schilderijen op doek alle onderdelen steeds van constante hoge kwaliteit zijn, terwijl in het gewelf ook een aantal minder geslaagde passages zijn te bespeuren, vooral bij het musicerende groepje putti rechts. Een aantal handjes is grof weergegeven evenals het uitstekende voetje van de putto met viool en de gezichtjes hebben harde accenten waarbij de verdeling van licht en schaduw ook niet altijd goed is gelukt. De mindere uitvoering blijkt deels te wijten aan een aantal op het laatst aangebrachte snelle toetsen. Het is goed denkbaar dat Van Everingen hier assistentie heeft gehad. Bepaalde onderdelen van het gewelf doen de aanwezigheid van meerdere handen vermoeden, zoals de rozen die op totaal verschillende manieren zijn geschilderd (fig. 1 en 6)....
... nwoordig doorschemert. Ook in Venus’ gezicht moeten wijzigingen zijn doorgevoerd gezien de donkere verf die plaatselijk door de lichte huidkleur heen zichtbaar is. Elders zijn er zowel in het grote gewelf als in de kleine cassette allerlei kleinere verschuivingen en contourcorrecties te vinden. De schilder heeft zijn best gedaan de oude versies aan het oog te onttrekken: ze zijn zorgvuldig overschilderd met dikke verf die de oude vormen goed moet hebben afgedekt. Door de toegenomen transparantie van de verf door veroudering zijn de repentirstegenwoordig echter goed zichtbaar, storend van dichtbij, vooral bij Venus, maar vanaf de vloer beneden niet opvallend. Het is opmerkelijk dat de wijzigingen in zo’n laat stadium werden doorgevoerd. De compositie was natuurlijk pas écht goed vanaf beneden te beoordelen, maar Van Everdingen zou toch in ieder geval al na de doodverf eventuele compositionele onvolkomenheden hebben kunnen opsporen en had hiermee niet zo lang hoeven wachten. Zou de schilder misschien van hogerhand, mogelijk door Van Campen, tot correctie zijn aangezet? Of zijn Van Everdingens assistenten eerst alleen aan het werk geweest en heeft hun meester pas bij latere inspectie de ‘fouten’ ontdekt?Hoe het ook zij, er heeft op het allerlaatste moment nog een correctieronde plaatsgevonden. Daarbij werden allerlei fijn gemodelleerde gezichtjes van harde donkere accenten voorzien: bijna alle pupillen en veel van de schaduwen onder de neuzen werden met donkere verf opnieuw aangezet. Vooral de musicerende putti rechts in het gewelf zijn flink onder handen genomen. Dat gebeurde zo grof dat deze accenten lijken te zijn gezet door een andere schilder dan Van Everdingen. Bij zijn Vier Muzen werd besproken dat Van Everdingen soms zulke subtiele kleurcontrasten toepaste dat deze nuances vanaf de vloer niet te zien zijn en de vormen wat onduidelijk overkomen. Hetzelfde moet in het gewelf het geval zijn geweest. De schildering was gewoonweg té subtiel voor beschouwing van veraf. In een laatste snelle retoucheerronde moesten de figuurtjes van voldoende contrast voorzien worden, ook al betekende dit dat ze van dichtbij gezien minder mooi werden.Dit was echter ondergeschikt aan het totaaleffect....
-
Cat. nr. 24
... . 20; Loonstra 1985, nr.30; RGD 2001, nr. 26; Van Eikema Hommes en Kolfin 2013, nr. ...
... ampen is dat niet gebeurd.2.1.3. spanraamoorspronkelijk grenenhouten spanraamformaat: 380 x 200 cm2.1.4. opspanning van het doekDe spanranden van het doek bevatten de gebruikelijke sporen van de opspanning van de grondeerder, het positioneren van het doek en het opspannen met touwtjes op het huidige raam.2.2.verflaag (Margriet van Eikema Hommes en Lidwien Speleers)2.2.1. ondertekening en onderschilderingIn grote lacunes, waar de opmaakverf van enkele lichamen en draperieën heeft losgelaten van de onderschildering, zijn deonderliggende lagen zichtbaar. Dit geeft ons zeldzaam goed inzicht inVan Campens wijze vanondertekenen en onderschilderen. Hij schetste de compositie eerst met brede kwaststrekenin donkere verf op de grondering, zoals te zien isin het lichaam van de jongen links in de voorstelling(fig. 8). Mogelijk werkte hij in dit eerste stadiumook met vlakken. In het meisje met de blauwe rok schemert namelijk een donker vlak door de huidkleurige onderschildering heen(fig. 9). In de ondertekening moeten de vormen vrij precies zijn aangegeven, want de onderschilderingis trefzeker geplaatst. Langs de contouren zijn regelmatig dunne randjes van de grondering zichtbaar, zoals langs de parasols (fig. 1) en rond de armen van het kind met de schaal schelpen, waaruit blijkt dat de schilder bijhet onderschilderen volgens een vast plan tewerk ging.Kleinere vormen, zoals de guirlande over de gele jurk van de blonde vrouw en de details in de gezichten, werden in dit stadium nog niet aangegeven....
... ebleven (fig. 9). Ook de witte en gele jurk en de rode veren omslagdoek zijn met smeuïge verf onderschilderd. De doodverf van de blauwe rok lijkt tamelijk transparant, maar dit effect kan door ook ontkleuring van het gebruikte vivianiet zijn ontstaan. Voor de guirlandes, parasols en de meeste andere exotische voorwerpen (fig. 1) zijn meer transparante verven gebruikt.De huidtinten zijn bovenop de eerste laag onderschildering verder voorbereid, voordat ze werden opgemaakt. De bruine lijnen en vlakken, die in deze fase ter modellering van de lichamen werden aangebracht, schemeren op verschillende plaatsen door de opmaakverf heen. In de gezichten zijn het dunne lijnen die met roodbruine verf en penseel zijn aangebracht en waarmee details precies werden aangeduid, zoals te zien is bij het meisje met de rode veren omslagdoek (fig. 2, 30/10 = fig. 3). In deze fase werden ook de donkerste schaduwenpartijen in de lichamen aangeduid.In enkele dwarsdoorsneden is zichtbaar dat de schilder de doodverf met een vernis- of olielaag uithaalde, alvorens het schilderij op te maken (30/20)....
... n en dieren die zich hieronder bevinden. Dit betekent dat het perspectief van de cassetten pas is bepaald toen de voorstelling grotendeels voltooid was. De ronding van het cassetteplafond was tevoren al met dekkende lichte en donkere verf aangegeven. Met een tekenmateriaal zijn lijnen gezet als indicatie van de ribben in het gewelf en ter aanduiding van de voorste boog (fig. 4). Ook het reliëfmotief op de gewelfribben is hier en daar aangegeven. De schilder lette erop dat deze lijnen de reeds vervaardigde dieren en voorwerpen niet overlapten maar wist dit niet overal te voorkomen, zoals bij de blauwe veer in de pijlenkoker links....
... ezet. Rondom de rand van de boog is bovendien haaks op de boog een groot aantal lijntjes getrokken met een tekenmateriaal, of is gekrast in de opmaakverf. De functie van deze markeringen is onduidelijk. Aan de rechterzijde van de boog is een aantal van deze lijntjes bovenaan voorzien van een kleine cirkel. 4 cm boven het midden van de boog zit een lange kras die de ronding van de boog volgt....
... sscherpe contouren vrijwel nergens met lijnen heeft aangezet. Slechts bij uitzondering plaatste hij een dun randje rood glacis langs beschaduwde partijen, zoals bij de hiel van de man. Om de vormen goed van elkaar los te doen komen zijn sterke kleur- en tooncontrasten gebruikt. Ook de richting van de penseelstreek en verschillen in structuur van het verfoppervlak dragen hiertoe bij.In vergelijking met de onderschilderinggebruikte Van Campen bij het opmakenfellere kleuren die hij soms ook uit andere pigmenten mengde. Zo is op de koele wittig-gele en grijsbruine onderschildering van de gele jurk in de lichten helder loodtingeel (30A10) en in de middentonen warm okergeel gebruikt. De blauwe rok op de voorgrond is op de vivianiet-onderschildering uitgewerkt met helderblauw ultramarijn, gebonden in lijnolie, waaraan voor de lichtedelen loodwit is toegevoegd (30/15= fig. 6; 30/1, 2001/88, 30A9, 30A15). Interessant genoeg bevat het ultramarijn naast de gangbare mineralen lazurieten silicaten ook aan lazuriet verwante mineralen (SEM-EDX 30/15: Al, Si, Na, Ca, S, Cl, O) die in UV-licht oranje fluoresceren.1 ...
... jn vaak een beetje verschoven ten opzichte van deze lijnen. Zo was bij het meisje met de verenomslagdoekhet linkeroog eerst meer horizontaal geplaatst. De beschaduwde delen van de rechterarm ende oksel van het kind met de schaal zijn meerdere centimeters naar linksverschoven. Doorschemerende donkere verf in de lichte huidtintvan de man toont dat ook hier de verdeling van licht en schaduw is veranderd. Bij het meisje met de blauwe rok zijn de afwijkingen tussen de schaduwen in de onderschildering en de uiteindelijke schildering het resultaat van een positieverandering van haar romp en armen. Haar rug en rechterarm werden aan de rechterzijde verbreed terwijl haar linkerarm wat naar links verschoof.Ook in andere partijen volgde Van Campen zijn doodverf niet precies.De groene stofboven de blauwe rokvan het meisje op de voorgrondwerd wat lager geschilderd endat geldt ook voor de lendendoek van de man,die overigensin de onderschildering roodwas. Bij het fruit linkswerd een ananas geschilderdop deplaatswaar eerst een roze bloemwas. Boven de boog van de poort schemert door de lichtgrijze opmaakverf een donkere baan van een bruine onderschildering, die in breedte varieert tussen 0,5 en2 cm. Blijkbaar is de boog ten opzichte van de onderschildering iets verschoven.Een enkele verandering vond plaats toen de voorstelling al grotendeels was opgemaakt. De witte kleding van de zwarte vrouw was oorspronkelijk voorzien van een blauw glacis: azuriet in de belichte partijen (30A8) en in de schaduwen vermoedelijk ultramarijn. De schilder veegde de blauwe verf echter weer weg voordat ze droog was, zodat de vrouw nu in het wit is gekleed. Alleen kleine restjes blauw zijn achtergebleven in de diepte van de doekstructuur (fig. 7). De blauwe band die zij rond haar middel draagt is dekkend geschilderd en ligt niet over het wit. Het is dus niet een intact gelaten deel van de geglaceerde kleding. De horizontaal geplaatste arm rechts naast de schaal met schelpen werd pas geschilderd nadat het blauwe glacis was verwijderd....
... het meisje in het blauw (30/20). Ook op de doodverf van de blauwe rok is een uithaallaag aanwezig (2001/88), maar hier hechten de verflagen wel goed. Tussen de delaminerende verflagen in het jakje van de blonde vrouw werden in dwarsdoorsnede (30/2) ronde, holle cellen aangetroffen die misschien duiden op een schimmel of vuil. Het lijkt waarschijnlijker dat dit materiaal hier als gevolg van de delaminatie is terechtgekomen dan dat het de oorzaak ervan is. In de andere dwarsdoorsneden is een uithaallaag niet aanwezig of deze is te dun om waar te nemen....
... ijen in de Oranjezaal aangetroffen, waaronder Van Campens Frederik Hendrik als krijgsman die het water beheerst(cat. nr. 34).De figuren in de Chinese vaas die oorspronkelijk een helderblauwe kleur moeten hebben gehad, zijn tegenwoordig fletsgrijs. Deze verkleuring wordt veroorzaakt door ontkleuring van het blauwe pigment smalt (30A6) en vermoedelijk ook door vergeling van het oliebindmiddel. Een teveel aan oliebindmiddel in de smaltverf is uitgezakt en vervolgens verdonkerd (30A12). Daardoor hebben de decoraties op de vaas nu aan de onderzijde een donkere contour (fig. 10)....
... wel deze onderschildering als de opmaakverf van de veren is nu groen, maar oorspronkelijk waren ze blauw. In de opmaakverf ligt de oorzaak van de kleurverandering in het gebruik van blauwe verditer.2 De onderschildering van de paarse rok linksonder is grauw van toon, mogelijk isookdit het resultaat van veroudering....
... aar, maar op het schilderij zelf is het alleen bij sterke belichting herkenbaar. Waarschijnlijk is de donkere verf hier verdonkerd.2.3. signatuuren opschriften2.3.1. signatuurgeen2.3.2. opschriftengeen2.3.3 opschriften met houtskool op het pleisterwerk in de OranjezaalOp het wandvak noordarm rechts onderin, achter dit schilderij, is over de gehele breedte op schaal van de schilderingen een ruiter geschetst. Het paard stapt naar rechts, van de ruiter is slechts het rechterbeen en een ver naar voren geplaatste rechterarm aanwezig (fig.12)....
... niet aan een geroutineerd meester denken. Van Campen was dan ook hoofdzakelijk werkzaam als architect en ontwerper van decoratieve ensembles. Tekenend is dat er buiten de Oranjezaal maar acht schilderijen van zijn hand bekend zijn.7Van Campen lijkt weliswaar op de hoogte te zijn geweest van de picturale methoden van zijn vakgenoten, maar lijkt niet altijd oog te hebben gehad voor de subtiele toepassing daarvan. De schilder gebruikte bijvoorbeeld net als Van Everdingen scherp afgebakende contouren die nergens met lijnen zijn aangezet. Bij Van Everdingen resulteerde dit, dankzij diens trefzekere manier van werken, in strakke en zuivere begrenzingen. Van Campens zoekende werkwijze met voortdurende verbetering en afwisselend werken aan voor- en achtergrond, had echter meer rommelige contouren tot gevolg. Ook komt Van Campens stoet veel voller over dan die van zijn collega’s in de Oranjezaal, hoewel hij niet meer figuren weergaf. Het overvolle effect komt vooral doordat de kleuren en tonen sterk zijn afgewisseld, waardoor nergens twee vormen van een verwante toon of kleur aan elkaar grenzen. Bovendien zijn alle mensen even dekkend en precies uitgewerkt, of ze zich nu voor- of achterin de stoet bevinden. De stoet lijkt bovendien extra vol doordat de ruimte tussen de hoofdfiguren steeds is opgevuld met felgekleurde en uitgelichte vormen, zoals het hardblauw van de doek rond de heup van de zwarte vrouw en de sterk uitgelichte arm achter de rechterarm van de blonde vrouw.In tegenstelling tot de personages zijn de exotische voorwerpen en de bloemenkransen met veel vaart en bedrevenheid weergegeven. Zo getuigen de papegaai en kaketoe van een secure observatie, zoals opvalt bij vergelijking met de wat onbeholpen papegaai in Van Thuldens Deel van de de triomfstoet, met bloemenstrooiende vrouwen en een olifant ernaast (cat. nr. 23). Ook de schildertechniek van de voorwerpen en bloemen verschilt van die van de figuren, wat doet vermoeden dat Van Campen werd geassisteerd door een andere schilder. Een typerend verschil is dat de voorwerpen en bloemen zonder enige wijziging zijn geplaatst. Hierdoor is langs de randen van de vormen hier en daar de doodverf of zelfs de grondering zichtbaar (fig. 1). Een ander verschil is dat bij de lichamen en kleding de belichte en beschaduwde vormen steeds even precies zijn uitgewerkt, terwijl bij de bloemen en exotische voorwerpen de beschaduwde vormen alleen heel losjes zijn ingevuld. De weergave van details en stofuitdrukkingseffecten is hier voorbehouden aan de belichte partijen. De schilder van het bijwerk wist uitstekend hoe hij met zo min mogelijk inspanning kon overtuigen - vaak had hij al genoeg aan enkele rake toetsen. Deze aanpak lijkt moeilijk te verenigen met de moeizame, bijna zwoegende totstandkoming van de figuren die ook zo kenmerkend is voor grote delen van Van Campens andere schilderingen in de Oranjezaal.Al vaker is gesuggereerd dat Albert Eckhout (1610-1665) zou kunnen hebben bijgedragen aan het schilderij.8 Eckhout werkte van 1637 tot 1644 in Brazilië voor gouverneur-generaal graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen, met wie ookVan Campencontact onderhield. Bij terugkomst bleef Eckhout in dienst van de ex-gouverneur en vestigde hij zich in 1646 in Amersfoort. Er zijn aanwijzingen dat Eckhout in deze periode gebruikmaakte van het atelier op Van Campens Amersfoortse landgoed Randenbroek.9 Op dit Deel van de triomfstoet, met geschenken uit de Oost en de West komen voorwerpen voor die Johan Maurits uit Brazilië had meegenomen en waarvan sommige, met kleine variaties, ook in werken van Eckhout zijn terug te vinden, zoals de Congolese rieten manden die via Afrikaanse slaven in Brazilië terecht waren gekomen.10 Eckhouts werk vertoont qua schildertechniek opvallende overeenkomsten met het exotische bijwerk in de triomfstoet. Op diens levensgrote portretten van vertegenwoordigers van Braziliaanse volkeren staan voorwerpen, zoals de mand van een Mamelukse, die hetzelfde type vervaging en ontbreken van detaillering in de schaduwen tonen als de manden in Van Campens stoet (fig. 13).11 Een andere overeenkomst met de manden in de triomfstoet is het gebrek aan aandacht voor het ritme van de ingevlochten patronen, waardoor deze soms sterk asymmetrisch zijn. Een samenwerking tussen Jacob van Campen en Albert Eckhout in dit deel van de triomfstoet lijkt dan ook aannemelijk.12 ...
... de gewelven in de geschilderde triomfstoeten, die immers nauw op de schijnarchitectuur aansluit, zal logischerwijs pas zijn bepaald nadat er uitsluitsel was over de definitieve vorm van die schijnarchitectuur. De schilders van de vroegste stoeten uit 1648 vulden daarom noodgedwongen dit deel van hun schilderij pas naderhand in, nadat ze de figuurgroep zelf al volledig hadden uitgewerkt (cat. nrs. 14, 21, 30) met uitzondering van Van Thulden, die zijn eerste aanzet van het gewelf nooit verder heeft uitgewerkt (cat. nr. 29). Over de zwikken lijkt tot het eind toe onduidelijkheid te hebben bestaan; deze zijn in de diverse stoeten verschillend of zelfs helemaal niet ingevuld.Ook Van Campen wist in eerst instantie niet hoe hij het gewelf moest invullen, want net als de andere schilders heeft hij met dit onderdeel gewacht.15 Ook in zijn schilderij waren de personages en voorwerpen van de stoet zelf al bijna voltooid toen hij nog aan het cassetteplafond moest beginnen. De perspectieftekening die nodig was om de cassetten te construeren is aangebracht bovenop de opmaakverf van de lichtgrijze voorzijde van de boog en de voorwerpen die zich onder de boog bevinden (fig. 4). Bij het invullen van de cassetten bracht de schilder de verf losjes aan rondom de reeds uitgewerkte voorwerpen, zodat de verf de randen hiervan overlapt. Deze werkvolgorde suggereert dat het werk al vóór september 1649 grotendeels voltooid was en het cassetteplafond en de zwikken na eind 1649 zijn ingevuld. Het werk was zeker eind 1651 voltooid, want op 28 november 1651 schrijft Huygens aan Amalia dat Van Campens werk voor de Oranjezaal erop zit.16...
Notes
... n dus deel waren van de lapis-lazulisteen waaruit het pigment is geprepareerd. Het is bekend dat oranje fluorescentie optreedt in met lazuriet geassocieerde ...
... Haag 2004, p. 37 en noot 150; Visser 1995, p. 436. ...
... eboden mogelijkheid om de schilderijen uit het Nationalmuseet van dichtbij te bestuderen tijdens de tentoonstelling over Eckhout in het Mauritshuis (2004). ...
... 40. Buvelot meent dat een samenwerking tussen Van Campen en Eckhout tot de mogelijkheden behoort, hoewel het hem waarschijnlijker lijkt dat Van Campen zelf de schilder van de drie panelen is: Buvelot 1995 (1), p. 61 en p. 76; Buvelot in cat. tent. Den Haag 2004, p. 40; Buvelot 2009, p. 183. Zie ook Mason 1998, p. 176, noot 24. ...
-
Cat. nr. 23
... pigment), zwart, bruin, transparante deeltjes (15-25 µm)1. grondering: loodwit, krijt, omber (10-30 µm)2.2.2. opmaakHet is aannemelijk dat de schilder van de achtergrond naar de voorgrond toe werkte, zoals in de zeventiende eeuw gebruikelijk was. Hij moet echter vaak zijn teruggekeerd naar achtergelegen passages want de verf van een vorm op de voorgrond overlapt net zo vaak de contouren van een vorm daarachter als andersom. Zo is het gezicht van de vrouw met de mand bloemen op haar hoofd later uitgewerkt dan de ervoor geplaatste man en vrouw. De draperieën zijn meestal na de lichamen opgemaakt. De bloemen zijn op het laatst geschilderd, evenals enkele kleuraccenten en de donkerste schaduwen, zoals die rondom het hoofd van de jongen vooraan.Van Thulden heeft de huidtinten op de doodverf meestal in één laag uitgewerkt (fig. 2-6, 29/14, 29/16-21). Hierop zijn vervolgens roze accenten en hooglichten aangebracht. Bij het opmaken gebruikte Van Thulden fellere kleuren dan in de doodverf. We zien dit ook in zijn pigmentkeuze. Als rood pigment is in de onderschildering meestal rode aarde gebruikt, terwijl de schilder voor de bovenste verflaag de voorkeur gaf aan meer helderrode lak (29/16 = fig. 5) en/of vermiljoen (29/14 = fig. 6). In de doodverf voor de huidtinten zijn de middentonen en schaduwen met houtskoolzwart verkregen. Voor de lagen daarboven is daarentegen donkerbruin en rood gebruikt (29/19-20, 29/16 = fig. 2, 3, 5).De smeuïge opmaakverf is dik aangebracht en glad verdreven, zodat de onderschildering vrijwel volledig is afgedekt. Dat geldt vooral voor de huidtinten (fig. 6); de gekleurde doodverf lijkt hier alleen te hebben gefunctioneerd als basis om de lichamen trefzeker op te maken - in het eindresultaat speelt deze immers geen rol. Ook de dieren en de draperieën zijn dekkend uitgewerkt, maar hier is de doodverf in het eindresultaat af en toe zichtbaar gelaten. Het lijkt alsof de olifant en de stenen muur in de achtergrond zeer transparant zijn uitgewerkt, maar dit effect is door veroudering ontstaan (zie 3.2.4).De verfconsistentie is nauwelijks gevarieerd. Pasteuze opstaande lichthoogsels ontbreken en slechts af en toe is de verf sterk verdund (fig. 7). De penseelstreek is weinig zichtbaar, vooral in de lichamen is de verf sterk verdreven. Alleen in de lichtste, vrijwel witte tonen, is de verftoets te zien. Deze passages, die als laatste zijn aangebracht, hebben ook een iets ‘drogere’ consistentie, zoals bij borst en gezicht van de vrouwen. Bij de schapen en stieren zijn afwisselend lange en korte gebogen toetsen gebruikt ter aanduiding van de vacht. Soms gebruikte de schilder grove pigmenten. In de lichte huidtint van de man vooraan zijn grote loodwitpigmenten zelfs met het blote oog te zien. Ook in sommige dwarsdoorsneden zijn grote pigmenten of samenklonteringen van pigmenten zichtbaar, waaronder brokken rode aarde (30-50 μm) (fig. 4) en grove stukken houtskoolzwart (40 μm) (29/7).Van vrijwel alle figuren zijn de contouren met lijnen aangezet. Het zijn meest dunne, lichte lijnen en ze zijn maar weinig donkerder dan de vormen die ze begrenzen. Waar de figuren licht vangen ontbreken de lijnen vaak of zijn ze wat verdoezeld (fig. 7). Hier en daar is een dunne rand van de doodverf opengelaten die fungeert als contourlijn. Zo is de verf van de blauwe draperie in het midden van de afbeelding niet tegen de rechterarm van de man met kruik en het hoofd van het jongetje geschilderd, waardoor een brede rand van de lichtgrijze onderschildering als een lichte contour om de lichaamsdelen zichtbaar is gebleven. In de rechterarm van de vrouw in het blauw is de gelig roze onderschildering zichtbaar gebleven langs de contour (fig. 7). Bij de arm van de vrouw met het witte gewaad, die goed naar voren moet komen, is de verf juist precies tegen de contouren van het lichaam aangebracht en zijn de contouren niet met lijnen aangezet....
... lagtand van de olifant, de staart van de aap, de schouder van het meisje helemaal links en de hoorn van de stier. De eerdere vormen zijn alleen losjes weggeschilderd, zodat ze doorschemeren in het eindresultaat. Het witte gewaad van de bloemenstrooiende vrouw is van onderen iets verlengd want in de eerste opzet was meer van haar rechter bovenbeen te zien. Deze huidkleur schemert nu door het wit heen....
... transparante deeltjes (29/9). Ook zou het loodwit verzeept kunnen zijn, wat ook toegenomen transparantie tot gevolg heeft. Dit proces wordt versneld door vocht, waartegen in dit schilderij de lijst bescherming kan hebben geboden. De sterke transparantie van de verf van de stenen muur in de achtergrond is in ieder geval niet door verzeping van het loodwit veroorzaakt, zo blijkt uit onderzoek met de electronenmicroscoop (SEM). Deze verf bevat loodwit, omber, beenderzwart, rode aardpigmenten en krijt, wat duidt op organisch rode of gele pigmenten (29/29, 29/30). De toegenomen transparantie is gerelateerd aan de verbleking van de organische pigmenten....
... en Lidwien Speleers)Van ThuldensDeel van de triomfstoet, met bloemenstrooiende vrouwen en een olifanten De Grebbers Deel van de triomfstoet, met offerstier (cat. nr. 22) zijn de enige twee delen van de triomfstoet waar de figuren niet door een poort trekken, maar langs een muur met guirlande. Het kleurgebruik in beide doeken vertoont een aantal overeenkomsten: wit, heldergeel en rood op de voorgrond, blauw in het middenplan en gedempte, wat grijzige tinten in de achtergrond. De vergelijkbare kleurstelling in de beide doeken doet vermoeden dat dit aspect door Van Campen was voorgeschreven, mogelijk in niet bewaard gebleven schetsen van zijn hand. Deze verdeling van kleur lijkt gekozen met het oog op de dieptewerking aangezien warme en felle kleuren optisch naar voren komen terwijl koele, gedempte tinten wijken (zie cat. nr. 22).De muur in de achtergrond, opgebouwd uit stenen die in vorm en kleur vergelijkbaar zijn met de decoratie van het basement, is in Van Thuldens schilderij wel aanzienlijk lichter dan bij De Grebber maar hiervoor is de tand des tijds deels verantwoordelijk. Toen Van Thuldens schilderij tijdens de restauratie uit de lijst werd gehaald bleek dat de door de lijst afgedekte verf van deze muur een meer paarse en donkerder kleur heeft en ook minder transparant is. Bij de olifant is de verf onder de lijst eveneens meer dekkend en donkerder. Het toonverschil tussen de achtergronden in de twee doeken was zodoende oorspronkelijk minder groot. De toegenomen transparantie lijkt te zijn veroorzaakt door verbleking van organisch rode en/of gele pigmenten. Bij de olifant kan bovendien de verzeping van loodwit in olie een rol spelen.2 Ook elders heeft verbleking van lichtgevoelige organische rode en gele pigmenten de kleuren aanzienlijk beïnvloed. De vrouwen en rozen hebben hierdoor tegenwoordig een fletse, krijtbleke verschijning. Alleen onder de lijst is de oorspronkelijk intense en donkere kleur van deze passages bewaard gebleven (fig. 9-11). Bij de groene blaadjes van de rozen speelt ook mee dat het blauwe pigment vivianiet is ontkleurd. Verbleking van de huidtinten lijkt ook te zijn opgetreden in Van Thuldens Deel van de triomfstoet, met gevangenen (cat. nr. 29) dat pal naast het raam in het volle licht hangt....
... aduwen in de lichamen met zich mee. Hiervoor kwam een transparante bruine voorbereiding goed van pas: zo werd alvast de gewenste donkere toon verkregen terwijl de schaduwzones door hun transparantie toch hun luminositeit behielden. De bleke schaduwen in de hier besproken stoet konden echter net als de lichte en middentonen met huidkleur worden ingevuld. De schilder varieerde ook de wijze waarop hij de contouren van de lichamen weergaf, naar het lijkt ook met het oog op de lichtval. In de andere doeken zijn de lichamen veelal omrand met geprononceerde lijnen. Bij dezeTriomfstoet met olifantzijn de contourlijnen juist dun en bleek zodat ze weinig opvallen, wat goed past bij het zachte lichttype. Waar de figuren het meeste licht vangen ontbreken ze zelfs of zijn ze verdoezeld tot een diffuse contour (fig. 7).5In de voorstelling zijn er flinke verschillen in de mate waarin figuren met details zijn uitgewerkt. Deze variatie had een picturaal doel. Dat de bovenste helft van het schilderij een stuk schetsmatiger is dan de onderste versterkt de dieptewerking, omdat de schetsmatige figuren achterin de stoet optisch wijken ten opzichte van de uitgewerkte mensen en dieren vooraan. Hetzelfde principe is gebruikt bij de armen van de man met vaas. Zijn wijkende arm is wazig terwijl de arm die naar voren komt scherp is. De mate van scherpte en detaillering is ook gebruikt om op aantrekkelijke details de nadruk te leggen. Zo is het gezicht van de vrouw met bloemenmand in de achtergrond zeer precies uitgewerkt (fig. 11). Doordat het lichaam van het jongetje vooraan alleen schematisch is aangegeven vormt hij een weinig opvallend silhouet, waardoor de aandacht uitgaat naar de meer uitgewerkte vrouwen, kinderen en dieren eromheen. Van Thulden moet de voorstelling eerst losjes hebben opgemaakt en vervolgens hebben bepaald welke figuren hij preciezer wilde uitwerken. Dit blijkt uit het feit dat hij niet strikt van de achtergrond naar voren toe werkte, zoals in zijn andere werken, maar steeds terugkeerde naar achtergelegen passages. Vanwege het door elkaar plaatsen van onscherpe en scherpe figuren is de dieptewerking binnen de groep weinig overtuigend, maar die had blijkbaar niet zijn prioriteit bij dit schilderij....
... zicht van deze vrouw in de achtergrond is opmerkelijk precies uitgewerkt. Haar...
-
Cat. nr. 22
... nen op het definitieve raam. De afsnijding van het doek aan deze kant lijkt dus na het gronderen en beschilderen en vóór de opspanning op het definitieve raam te hebben plaatsgevonden. Dit was zeer waarschijnlijk nodig omdat het bij Oliviers bestelde doek met een breedte van 10 voet (313,9 cm) iets te breed was om goed te kunnen opspannen op het uiteindelijke spanraam.2.2.verflaag (Margriet van Eikema Hommes en Lidwien Speleers)2.2.1. ondertekening en onderschilderingOp enkele plaatsen schemeren vlotte zwarte verfstreken door de verflaag die deel lijken uit te maken van een ondertekening. Deze lijnen zijn zichtbaar in de franje van de lendendoek tussen de man en de offerstier, in de schouder van de offerstier en in de wenkbrauw van het meisje in het rood. Aangezien De Grebber een trefzekere gekleurde onderschildering heeft aangebracht waar hij nauwelijks van is afgeweken, moet hij zijn voorstelling met behulp van een uitgebreide ondertekening hebben voorbereid.Dat deze ondertekening slechts op een paar plaatsen zichtbaar is, zou het gevolg kunnen zijn van De Grebbers dekkende manier van schilderen. In zijn andereDeel van de triomfstoet, met vaandeldragers en krijgsbuit (cat. nr. 30) lijkt hij echter een tekenmateriaal te hebben gebruikt dat niet of nauwelijks sporen nalaat; het is mogelijk dat hij dit materiaal ook in de hier besproken stoet heeft gebruikt in combinatie met de bovenvermelde zwarte verf....
... nde toetsen In het verfoppervlak is op diverse plaatsen een gekleurde doodverf zichtbaar. In dit stadium moet de positie van alle figuren hebben vastgestaan, want de vormen zijn nauwgezet onderschilderd. Alleen details als de bladeren en bloemen zijn niet apart aangegeven. Verrassend is dat de kleine schaduwzones van de bladertak rechts in de fruitmand wel afzonderlijk zijn voorbereid (fig. 1)....
... verf (fig. 4). Dekleur van de doodverf komt zodoende ongeveer overeen met de middentoon in het eindresultaat. Alleen voor de gele citroenen en meloenen koos de schilder een donkerbruine onderschildering en werkte hierop naar het licht toe. Bij de franje van de sjerp van de man heeft De Grebber de grondering opengelaten omdat de kleur ervan geschikt was als ondertoon. Met alleen een serie streepjes is de franje vervolgens opgemaakt. Ook in het schaars opgemaakte gezicht van het jongetje is onder de neus en boven het oog rechts de grondering zichtbaar.De doodverf bedektdus niet overal de grondering. ...
... keraccenten aan te brengen (fig. 1 en 7).Doordat de meeste vormen precies binnen de contouren zijn opgemaakt is de doodverf langs sommige contouren zichtbaar, zoals rondom het blauwe vaandel, bij de linkerschouder van het meisje met de rode jurk, bij de nek van het meisje met de witte jurk, aan de binnenzijden van de poten van de stier en waar de rok van de vrouw grenst aan het been van de man. Veel contouren zijn met lijnen aangezet. Vooral het lichaam van de man is grotendeels omrand. De contourlijnen variëren in dikte en toon. Zo heeft de man een dunne lichtbruine lijn aan de bovenzijde van zijn linkerarm en zijn er langs zijn rug verschillende naast elkaar geplaatste roodbruine en zwarte lijnen, die op afstand optisch tot één dikke lijn vervloeien.Op de doodverf in gedempte kleuren zijn de kledingstukken en vaandels met meer heldere kleuren uitgewerkt (fig. 1, 2, 3). Zo is de gele jurk op de oker onderschildering opgemaakt met loodtingeel (2001/12). De lichamen zijn opgemaakt in verschillende tinten. Het jongetje is bijvoorbeeld uitgewerkt met gelig-roze (fig. 4) en de vrouw met wit en roze (fig. 5). Koele halfschaduwen zijn hier verkregen door zwart pigment aan de huidkleur toe te voegen....
... kt, is de doodverf op allerlei plaatsen zichtbaar. Het lijkt alsof de gekleurde doodverf het mogelijk moest maken de voorstelling vlot te voltooien. Op de goed gekozen basistoon hoefde de schilder zich er niet om te bekommeren dat elke passage in zijn geheel tot aan de rand met kleur werd ingevuld (fig. 1, 4, 5)....
... an het meisje pas in een laat stadium gerealiseerd is.De opmaakverf varieert in consistentie van tamelijk vloeiend tot meer pigmentrijk en ‘droog’. De verf is vrijwel overal glad aangebracht en alleen de hoogsels in draperieën en huidtinten bestaan uit wat rullere verf die een beetje opstaat, zoals bij de lichtste toetsen in het lichaam van de vrouw. De harige vacht bij de kop van de stier is gesuggereerd door ‘droge’ verf met een harde kwast aan te brengen (fig. 6). De ruwe structuur van de beharing contrasteert met de glad verdreven verf van de zachte neus. Bij de vacht in de rest van het lichaam is de verf ook wat rul aangebracht, maar minder sterk dan in de kop....
... De kenmerkende, als laatste aangebrachte toetsen hebben in dit geval de kleur van de middentoon. De hoogsels in deze draperie zijn nat-in-nat in de oranjerode opmaakverf verdreven en voor de schaduwen is een organisch rood glacis gebruikt (fig. 7)....
... twee laagjes goud lijkt te zijn gelopen. Bij dediadeemen de kwasten bedekt het goud bijna de hele vorm. Hierop zijn de decoratie van de diadeem en de draden van de kwasten met verf aangegeven. De kralen zijn daarentegen met verf gemodelleerd en hier isalleen op de plaats van het hooglicht een gouden ruit van ongeveer 1,5 x 1,5 cm aangebracht (fig. 6).Onder de gouden hoogsels bevinden zich pasteuze gele verftoetsen, waaruit we kunnen afleiden dat De Grebber de gouden kralen aanvankelijk geheel in...
... ker en grijzig uitzien (28/18). Analyse met SEM-EDX wees uit dat hier vivianiet, krijt (gele lak) en loodtingeel zijn gebruikt, gecombineerd met houtskoolzwart in de donkere kleur. In de middentoon is bovendien calciumsulfaat (gips) aanwezig.Het helderblauwe vaandel links is geschilderd met loodwit en het lichtgevoelige organische blauwe pigment indigo. In dwarsdoorsneden (28/15, 28/16, 28/17) is te zien dat de bovenste 5 tot 20 µm van de verflaag is verbleekt (fig. 2).Dat het vaandel nog steeds een helderblauwe kleur heeft, is te danken aan het dik opbrengen van de indigoverf; de dikte van deze verflaag varieert van 30 tot 60 µm. Hierdoor is de helderblauwe kleur van het indigopigment onderin bewaard gebleven en schemert door het aangetaste verfoppervlak.Een ander verouderingsverschijnsel is te vinden in de rode jurk (fig. 7). De als laatste aangebrachte zigzaggende toetsen zijn grijs geworden. Ook in andere zones van de jurk is soms vergrijzing opgetreden op de toppen van de doekstructuur. De verkleuring is opgetreden in verven waarin hoofdzakelijk het rode pigment vermiljoen is gebruikt; een bekend fenomeen dat ‘vermiljoenziekte‘ wordt genoemd. Het is opmerkelijk dat de verkleuring vooral in de laatste toetsen heeft plaatsgevonden. In UV-straling wordt duidelijk dat deze toetsen op een roze fluorescerend glacis liggen (fig. 7 en 9). Dit van oorsprong transparant rode glacis is helaas ook sterk gedegradeerd onder invloed van licht en vermoedelijk door verpoetsing. Het glacis heeft de onderliggendeverflagen beschermd tegen invloeden van buitenaf, waardoor deze goed bewaard zijn gebleven en alleen de óp het glacis aangebrachte toetsen zijn verkleurd. Hoewel alleen de bovenste laag pigmentdeeltjes zwart is geworden (fig. 3), is het effect aan het verfoppervlak zeer storend omdat het uiterst dunne grijze laagje de rode onderliggende verf goed afdekt....
... n scène die hij aanduidt als ‘Triomf over de Romeinse heerschappij.’1 Van de bijna naakte man, die de stier bij de horens houdt, vermoedt de laatstgenoemde auteur dat hij een zegevierende batavier voorstelt. Peter-Raupp en in het bijzonder Brenninkmeyer-De Rooij benadrukken het antieke karakter van De Grebbers triomfscène.2 Het centrale motief van de witte offerstier, die bij de horens wordt vastgehouden door een, op een lendendoek na, naakte man gaat terug op teksten van auteurs uit de Oudheid - Appianus en Plutarchus-en op antieke voorstellingen van offerscènes. Brenninkmeyer-De Rooijheeft de versiering van de offerstier en de offerdienaar in verband gebracht met een afbeelding van een Romeins reliëf in G. du Choul’sDiscours de la religion des Anciens Romains illustré,een boek dat zich in de bibliotheek van Huygens bevond.3 Een andere bron hiervoor zou echter ook Mantegna’s serie met de Triomf van Caesarkunnen zijn, waar zowel in het vierde als vijfde doek een stier voorkomt getooid met een driehoekigediadeem, die evenals bij De Grebber tussen de horens en niet, zoals bij Du Choul, op de horens is geplaatst.4Evenals in andere delen van de triomfstoet (cat. nrs. 13, 14, 29) komt in dit Deel van de triomfstoet, met offerstiereen enkele figuur overeen met een figuur op de beschilderde orgelluiken van het orgel in de St. Laurenskerk te Alkmaar, die Van Campen in het begin van de jaren 1640 ontworpen had en die waren uitgevoerd door Caesar van Everdingen.5 In de stoet van De Grebber is de houding van de op de rug geziene vrouw grotendeels gelijk aan die van de in een lange, bruine jurk geklede vrouw met luit op de orgelluiken (fig. 10)....
... ebbers stoet met vaandeldragers naast het raam is de doodverf vooral in de achtergrond zichtbaar gelaten om de vormen te doen wijken. In zijn stoet met offerstier recht tegenover de ramen is de achtergrond echter net zo dekkend opgemaakt als de voorgrond. Ook de aanduiding van de contouren in De Grebbers schilderijen is door de lichtsituatie beïnvloed. Terwijl de figuren bij deTriomfstoet met offerstiermet donkere lijnen nadrukkelijk zijn omrand, zijn in de Triomfstoet met vaandeldragers en krijgsbuit slechts enkele vormen door lijnen begrensd. Door het krachtige modelé, reflecties en schuin invallend licht beschikte De Grebber hier immers al over genoeg middelen om de vormen van elkaar te doen loskomen.Ook bij de uitbeelding van goud hield De Grebber rekening met de lichtrichting. In de hier besproken stoet is voor de diadeem, de kwasten en de kralen in de hoofdtooi van de witte stier bladgoud gebruikt (fig. 6). Het werk is daarmee het enige schilderij op doek in de Oranjezaal waarbij gouden voorwerpen niet met verf zijn uitgebeeld; in de gewelven is overigens wel bladgoud toegepast (cat. nrs. 01a, 15a, 31a, 31b). In zeventiende-eeuwse schilderijen is bladgoud slechts sporadisch toegepast.12 Voor een overtuigende uitbeelding van een driedimensionale ruimte blijkt aan het gebruik van goud namelijk een groot nadeel verbonden te zijn. Leon Battista Alberti merkte al in 1435 op dat men gouden voorwerpen beter met verf kon uitbeelden dan met bladgoud, aangezien: ‘op een plat paneel diverse oppervlakken die licht en schitterend over hadden moeten komen, door de behandeling met goud voor de beschouwers donker lijken.’13 Dit verschijnsel wordt veroorzaakt doordat glimmend goud het licht anders reflecteert dan het rullere verfoppervlak. Hetzelfde fenomeen werd ook door Karel van Mander (1604) beschreven.14 De Grebbers rijkelijk gebruik van bladgoud lijkt op het eerste gezicht verrassend omdat hij veel waarde hechtte aan een overtuigende dieptewerking in schilderijen, zoals blijkt uit zijnRegulen: welcke by een goet schilder en teyckenaer geobserveert en achtervolght moeten werden ... uit 1649.15 Er is echter één lichtsituatie waarbij het genoemde probleem niet optreedt en dat is bij een frontale belichting. Dit betekent dat in De GrebbersTriomfstoet met offerstierop de noordwand wél bladgoud kon worden gebruikt, terwijl in zijn Triomfstoet met vaandeldragers en krijgsbuit naast de raamwand, waarop het licht schuin valt, het goud alleen met verf weergegeven kon worden (cat. nr. 30). De Grebber heeft bovendien bij zijn gebruik van goud rekening gehouden met de dieptewerking. Het bladgoud gebruikte hij uitsluitend in de versieringen van de witte stier op de voorgrond, terwijl de decoratie van de zwarte stier en de gouden vaten erachter met verf zijn uitgebeeld. Bladgoud zou deze vormen optisch te veel naar voren hebben doen komen....
Notes
... van de triomfstoet, met vaandeldragers en krijgsbuit (cat. nr. 30) naast het raam goed te zien is bij de man met het vaandel. ...
... ken dat zijn stoet naast het raam niet voltooid is. In beide stoeten van Van Thulden zijn sommig...
... g heeft uiteengezet hoe dit principe door Van Hoogstraeten 1678 wordt bekritiseerd, zie: Van de Wetering 1997, pp. 179-190. ...
... tibus appareant, aliae fortassis quae umbrosiores debuerant esse, luminosiores porrigantur.’ De vertaling is ontleend aan: Alberti 1996, p. 119. ...
-
Cat. nr. 19
... istiaen van Couwenbergh(Delft 1604 – 1667 Keulen)...
... ngelaten als bruine schaduw. Bij de arm en bij de borsten van dezelfde figuur is te zien dat ook de geschilderde deur met bruin is onderschilderd. Onder de gele lucht ligt een wittig-gele verflaag, die zichtbaar is bij het hoofdje van de sfinx op de helm van Minerva, dat op deze wittig-gele onderlaag is geschilderd voordat de gele lucht werd aangebracht. Waarschijnlijk is deze wittig-gele verf alleen rondom de figuur van Overwinning aanwezig, want op andere plaatsen schemert alleen grijs, mogelijk de grondering, door de gele lucht. De vermiljoenrode rok van Minerva is onderschilderd met een mengsel van rode aarde, loodwit en wat fijn zwart (in één monster is ook een brokje smalt aangetroffen) (34/2 = fig. 1, 34/3, 2001/82). In dwarsdoorsnedes uit Minerva’s kuras (34/5) en uit de deur bij Hercules (2001/83) wordt de onderste laag, waarschijnlijk de onderschildering, gevormd door een bindmiddelrijke bruine verflaag, die verzeept is of anderszins gedegradeerd. Deze laag bevat orpiment en loodtingeel in verfdwarsdoorsnede 2001/83 en orpiment, loodwit, rode aarde, (aluminium?)silicaten (klei?), en een beetje zwart in 34/5....
... rkt, aangezien in beide figuren veranderingen zijn aangebracht tijdens het schilderen en beide dus mogelijk wat later zijn voltooid. De bladertooi van Overwinning werd geschilderd over de gele lucht, die zelf ook pas in een laat stadium moet zijn aangebracht.Bij het opmaken is vrijwel overal dekkende verf gebruikt, die weinig pasteus is. Alleen in de veren op de helm van Minerva is gebruikgemaakt van transparante verf, een dikke laag organisch rood glacis. De blaadjes in de krans van de Overwinning zijn semitransparant met een bindmiddelrijke verf geschilderd (2001/85). De verftoets is veelal zichtbaar gelaten (fig. 2). Ter aanduiding van haren zijn in het beschaduwde deel rechts van het hoofd van Overwinning krassen gezet in de natte verf (fig. 2)....
... jes waargenomen, maar alleen azuriet werd in het monstermateriaal aangetoond (met Polarisatie Licht Microscopie).1 Orpiment is mogelijk ook gebruikt in de lauwerkrans die Overwinning vasthoudt (2001/85), zij het in mindere mate: de verf bevat hoofdzakelijk azuriet, gele en rode oker, loodtingeel, loodwit, bruin pigment en veel bindmiddel, dat de blaadjes enigszins transparant maakt. In de palmtak zijn met de stereomicroscoop alleen een groen pigment en een niet-glanzend geel (loodtingeel) te herkennen. Ook de gele lucht is geschilderd zonder orpiment en bevat loodwit, gele en rode aarde (2001/85)....
... uderingsverschijnselen, waaronder het grijs worden van rode vermiljoenverf (vermiljoenziekte), de vorming van witte loodzepen aan het verfoppervlak, en het instorten van hoogsels met orpiment (fig. 9). Vermiljoenziekte is alleen aanwezig in de rode rok van Minerva, vooral onder het deurslot. De rode pluimen die ook uit vermiljoenrode verf lijken te bestaan en andere passages in het kleed zijn niet verkleurd. De verf onder het slot is beschadigd en zwart geworden door het vuil van handen die de deur hebben aangeraakt. Langs de rand van de deuropening is zelfs het hout zichtbaar geworden (fig. 8). Direct rond deze schade is het vermiljoen over het hele oppervlak grijs geworden (fig. 4). Iets verder daarvandaan zit de vergrijzing alleen op de toppen van de verfstructuur. Aan het uitgebeten craquelé in deze rode draperie is te zien dat de vermiljoenverf gevoelig is voor oplosmiddelen en te lijden heeft gehad van de diverse vernisafnames (fig. 7). Rechts van de deuropening zitten in het meest vergrijsde deel hardrode plekken, waar het grijze omzettingsproduct van de toppen van de verfstructuur is gepoetst....
... nmanen schemeren de toppen van de onderliggende verflaag sterk door de bruine verf. Ook dit lijkt veroorzaakt door verpoetsing. De buik van Hercules is in nog slechtere staat. De rode verf dekt niet als een continue laag en ziet er streperig uit. De onderliggende grijze laag, mogelijk de grondering, schemert door het rood. Ook hier zou sprake kunnen zijn van verpoetsing.2.3. signatuur en opschriften2.3.1. signatuurop de omgekrulde onderkant van het schild van Minerva: CB.F. 16512.3.2. opschriftengeen2.3.3 opschriften met houtskool op het pleisterwerk in de Oranjezaalniet van toepassing2.4. restauratie2.4.1. onderzoeksgegevens restauratiegeschiedenisSporen aan de deur tonen dat deze oorspronkelijk uit één stuk bestond dat links scharnierde. De plaats van het oorspronkelijke slot is rechts in de geschilderde deur herkenbaar aan de vullingen met hout (fig. 6). Toen de deur doormidden werd gezaagd, zodat een dubbele deur ontstond, zijn rechts twee scharnieren toegevoegd en werd een nieuw slot geplaatst.Het huidige waarschijnlijk negentiende- eeuwse slot is ondersteboven gebruikt. De zaagsnede in het midden van de deur loopt schuin weg naar links, zodat er geen licht door de kier valt. Bij de ingreep werd uiterst rechts een smal latje van 1 cm breed aangezet, mogelijk om het verlies van hout bij het zagen te compenseren.De linker scharnieren lijken origineel te zijn. In de deurstijl rechts zijn de beschadigingen, die werden gemaakt om nieuwe scharnieren te plaatsen, herkenbaar door de afwijkende toon van het goud en het reliëf van het oppervlak. Aan de bovenzijde van de deur zijn sporen van nagels aanwezig; het is niet duidelijk waartoe deze nagels hebben gediend....
... op Van Couwenberghs schildering in de Oranjezaal. Achter haar zijn vlaggen te zien, boven haar zweeft Faam. De grote formele overeenkomst tussen dit ontwerp voor het Amsterdamse stadhuis en de door Van Couwenbergh uitgevoerde voorstelling op de Oranjezaal-deur bevestigt nogmaals dat Van Campen verantwoordelijk was voor alle ontwerpen voor de Oranjezaal.8 Bovendien blijkt hieruit dathij (delen van) een voorstelling hergebruikte, zoals ook kan worden geconstateerd bij het Deel van de triomfstoet, met offerstier van De Grebber (cat. nr. 22), het Deel van de triomfstoet, met gevangenenvan Van Thulden (cat. nr. 29), Van Campens eigen Apollo en Aurorain het gewelf (cat. nr. 01a) en tevens bij twee werken van Van Honthorst: De ontscheping van Mary Stuart en de begroeting van Willem II (cat. nr. 27) en Het huwelijk van Frederik Hendrik en Amalia van Solms(cat. nr. 26).Schildertechniek en picturale middelen (Margriet van Eikema Hommes en Lidwien Speleers)Waar in de delen met de triomfstoet de belichting samenhangt met de plaats ten opzichte van de raampartij in de zuidwand, is dat bij deze deur niet het geval. In plaats van een frontale belichting, die past bij de positie recht tegenover de ramen, worden de figuren van linksboven belicht. Achter Overwinning is ook een felgeel schijnsel uitgebeeld.In vergelijking met zijn andere, vlot uitgevoerde stukken in de Oranjezaal, hanteerde Van Couwenbergh bij deze voorstelling op de deur een bewerkelijker manier van schilderen. De gehele voorstelling is eerst in onderschildering opgezet, terwijl dit stadium bij de andere stukken veelal ontbreekt. Een vergelijking tussen de rode rok van Minerva en de rode kleding van de herauten (cat. nrs. 37a-d) is in dit opzicht illustratief. De herautenkleding bestaat uit niet meer dan een dunne transparante rode verflaag in de schaduwen en toetsen dekkende rode verf in de belichte partijen. Minerva’s rok is daarentegen eerst onderschilderd met rode aarde. Deze basislaag is vervolgens geheel bedekt met verf, die vermiljoen en rode lak bevat, waarop vervolgens met meer bruine verf de plooien zijn aangeduid.Ook de vele verschuivingen tijdens het schilderproces duiden bij deze deur op een meer gecompliceerde vervaardiging. Bij de herauten, die deels in Van Couwenberghs atelier en deels in situzijn gemaakt, bleek dat voor de in het atelier vervaardigde delen een bewerkelijker manier van schilderen is gekozen dan voor de in de Oranjezaal geschilderde delen. Dit doet vermoeden dat deze deur eveneens in de werkplaats van Van Couwenbergh is geschilderd. Sporen in de verf tonen aan dat de deur al was voorzien van een slot en scharnieren voordat deze werd beschilderd (fig. 6)....
... iljoen omgezet in zwart metallisch kwik (fig. 8). In combinatie met de witte kwikchloride, dat hieruit weer wordt gevormd, heeft deze reactie geresulteerd in een grijsverkleuring van de verf (fig. 4 en 7).9 Het chloride dat voor deze reacties nodig is, kan zijn geleverd door het zout van handen, die de verf hebben aangeraakt bij het gebruik van de deur....
... olg van de herschikking van de platte orpimentdeeltjes tijdens de uiterst langzame droging van de verf (fig. 9). De groene partijen met orpiment zijn wel in goede staat. Dit is opmerkelijk, aangezien de door Van Couwenbergh gebruikte combinatie van orpiment met een koperhoudend pigment, azuriet (fig. 3), juist van oudsher in schilderstractaten werd afgeraden.10 Mogelijk hebben andere pigmenten in de groene verf, waaronder loodwit, een reactie voorkomen....
... rouderingsverschijnselen bij de recente restauratie zichtbaar zijn gelaten, zijn de door krimp van het hout ontstane kieren tussen de planken welbehandeld. Ze zijn minder opvallend gemaakt door ze te vullen met iets terugliggende stukjes hout die in gedempte tinten op kleur zijn gebracht. De grootste verstoring van hettrompe-l’oeilis het gevolg van de vroege ingreep, waarbij de enkele deur een dubbele werd. Hierdoor loopt er nu dwars door de voorstelling een grote kier, die geflankeerd wordt door sluitwerk....
... rva. De hoogte van de afbeelding is in werkelijkheid ca. 6,5 mm....
Notes
... ische bronnen wordt aangeraden de orpimentverf te verrijken met drogers, zoals glas, aluin, zinksulfaat, loodmenie of ander...
-
Cat. nr. 14
... witte kleding van het meisje schemert donkerbruin door, evenals in de schaduw van het gezicht van de jongen met viool en in de schaduw van het gezicht van de oude man. De keuze voor een specifieke tint bruin houdt verband met de beoogde kleur in het eindresultaat. De uiteenlopende kleuren bruine verf blijken steeds uit dezelfde pigmenten te zijn samengesteld in verschillende verhoudingen (loodwit, bruine, zwarte, fijne rode en transparante pigmenten (krijt?, silicaten?) en soms geel aardpigment) (26.6 = fig. 1; 26/3, 26/9, 26/11). Naast de transparante, bruine doodverf zijn ook dekkende, meer kleurige onderschilderingen gebruikt. De rode tuniek van de jongen met traverso is onderschilderd met een okerkleurige verf die geheel is bedekt bij het opmaken; deze is alleen nog zichtbaar in een plooi bij de elleboog en ook aanwezig in een dwarsdoorsnede uit de kleding ter hoogte van zijn heup (2001/62). De onderschildering blijkt hier te zijn samengesteld uit fijne rode en gele aardpigmenten en wat loodwit. De grijze buizen van de jongen met viool en van de trommelaar te paard waren oorspronkelijk blauw. De kleding van de jongen met viool is onderschilderd met vivianiet, loodwit en bruine aarde (26/10); bij de trommelaar ligt onder de verkleurde blauwe verf een onderschildering in zwart (26/2). De verouderde - nu grijze - verf in de kleding van de oude man is onderschilderd met een donkerbruine verf, waaronder nog een grauwe oranje verflaag ligt (26.1 = fig. 8). Ook in de sterkst gekleurde elementen van het schilderij heeft De Bray de onderschildering dus gematigd van toon gehouden.fig. 1a...
... onkerder bruin bij de hand van de hoornblazer; zwart bij de hand van de jongen met viool. Dit zwart werd ook bij infraroodonderzoek duidelijk zichtbaar. De Bray dekte de donkere banen zo zorgvuldig met dekkende opmaakverf af, dat ze optisch geen functie in het eindresultaat vervullen - ze zijn alleen onder sterke belichting met enige moeite zichtbaar.fig. 2. Detail met de handen van de jongen met traverso.In de pols en onderarm schemert een donkere lijn door de verflaag. Deze lijn behoort niet tot een lineaire ondertekening op de grondering, maar is aangebracht op de uit bruine wassingen bestaande doodverf. In enkele dwarsdoorsneden is op de bruine lijnen een in UV-fluorescerend bindmiddellaagje te zien (26/6, 26/11). Dit strookt met adviezen in zeventiende-eeuwse bronnen om een dergelijk bindmiddellaagje over de doodverf aan te brengen, om ingeschoten passages te verzadigen en de opmaakverf gemakkelijker te kunnen verdrijven. Het bindmiddellaagje moest daarbij zo dun mogelijk worden uitgesmeerd. Mogelijk is De Brays uithaallaag zo dun dat deze in de meeste dwarsdoorsneden niet is waar te nemen; het is ook denkbaar dat de schilder slechts enkele passages heeft uitgehaald.perspectiefconstructieDe Bray heeft langs de randen van het beeldvlak kleine merktekens aangebracht om de hoogte van de horizon aan te geven en om de triomfboog te construeren (fig. 3). Deze tekens zijn uitgevoerd met pen in zwarte inkt of vloeibare ...
... fconstructie zijn met een pen aangebracht. Hierop wijzen de stompe begin- en eindpunten van de streken en de verandering in dik...
... or dat aangeeft waar de passer geplaatst moest worden. Dit is het middelpunt van de cirkel die de voorzijde van de poo...
... fconstructie van het cassetteplafond is aan de rechterkant gemarkeerd door een cirkeltje met daarin een kruis ...
... ngen met traverso is aan de bovenzijde kennelijk verhoogd, omdat het haar deels over het donkere buis erachter is geschilderd. Bij de schedel van de oude hoornspelende man is dit eveneens het geval, waardoor deze deels de zwarte verf van achterliggende vormen overlapt. Enkele lichte toetsen onder de verflaag wijzen erop dat het mondstuk van de voorste trompet groter is geweest.fig. 10. Doorlichtopname van de trommel.De passage met de trommel is in doorlicht heel donker. Dit wijst erop dat de trommel over het reeds opgemaakte paard is geschilderd. Doordat De Bray de verf van twee aangrenzende partijen bij de contouren zachtjes verdreef, zijn in doorlicht geen scherpe lichte of donkere contouren zichtbaar zoals bij de schilderijen van Van Honthorst en Van Everdingen. De passergaatjes laten veel licht door en tekenen zich hier wit af.2.2.4 verouderingsverschijnselenDe Bray heeft verschillende schaduwpartijen gediept met een glacis van organisch rode pigmenten, die nu gecrepeerd zijn. Daardoor hebben de schaduwen nu een lichte en koele verschijning, terwijl ze een warme en donkere kleur zouden moeten hebben. We zien dit in extreme mate in de baret van de man direct achter de oren van het zwarte paard (fig. 11). De verf vertoont de voor rode lak karakteristieke fluorescentie in UV-straling. Gecrepeerde toetsen zien we ook in de schaduwen van de rode kleding van het kind rechts, in de rechter gezichtshelft van de soldaat op het witte paard, in de oorschelp en de ogen van de hoornblazer en bij de trompetterin de neusgaten, de schaduw bij het oog en de wenkbrauw. De toetsen in de rode kleding rechts bevatten gips en een weinig rood aardpigment en (beender?)zwart (26/4). Het zou een gedegradeerde rode glacis kunnen betreffen, of mogelijk een bruinachtig glacis, gezien de bruine tint van de schaduwen in de rode kledingstukken.1 Ander rood glacis, zoals gebruikt in de trommel, de lap onder de trompet aan de linkerrand, de ceintuur van de voorste trompetteren de plooien in het rode vaandel, is beter bewaard gebleven.fig. 11. Detail met baret van de man vlak achter de oren van het zwarte paard.De situatie ná vullen en vóór retoucheren. De oorspronkelijk rode glacis is gecrepeerd.De buizen van hoornblazer en trommelaar en de broek van de jongen met viool hebben een vlekkerige, grijze kleur en de verflaag heeft een korrelige structuur, die vermoedelijk niet door de schilder bedoeld is. SEM-EDX-onderzoek aan een dwarsdoorsnede uit het buis van de hoornblazer (26/1) toonde aan dat de verflaag veel krijt bevat. Aangezien krijt veelal als substraat voor gele lak werd gebruikt en degradatie van een gele lak de verf vaak een wittig uiterlijk geeft (blanching), is het redelijk te veronderstellen dat de schilder in deze verflaag gele lak heeft gebruikt, waaraan wat zwart pigment is toegevoegd. Een gele glacis over een bruine onderlaag zal waarschijnlijk resulteren in een olijfgroene kleur. Analyse van de verf in het buis van de trommelaar met SEM-EDX (26/2) toont aan dat de schilder voor deze partij het instabiele blauwe pigment vivianiet gebruikte. Ook in deze verflaag werd krijt gevonden, wat kan duiden op het gebruik van een gele lak. Of de huidige grijze kleur wordt veroorzaakt door de veroudering van het vivianiet, de gele lak of door beide is onbekend, zoals ook de oorspronkelijke blauwe of groene kleur van het buis onbekend is. In het buis van de jonge violist is vivianiet gecombineerd met wat azuriet en bruin (SEM-EDX 26/10). De gedegradeerde broek zal waarschijnlijk ook (mede) met vivianiet zijn geschilderd, al dan niet in combinatie met wat gele lak. Het buis van de voorste trompetter heeft net als dat van de trommelaar een grijze, korrelige verflaag waarin zwarte pigmenten te herkennen zijn op een bruine onderlaag. Op de schouder bij het voorhoofd van de oude man is een losse blauwe toets geplaatst om het voorhoofd en de witte kraag van de trompettergoed te doen loskomen. Het is dus mogelijk dat ook deze kleding oorspronkelijk veel blauwer van kleur was....
... lderen van de poort in eerste instantie niet toereikend om de gehele architectuur van de triomfpoort te vervaardigen. Dit blijkt uit de volgorde waarin het schilderij tot stand kwam. Eerst schilderde De Bray de stoet figuren en pas toen die voltooid was begon hij met de poort, de lucht en de vaandels bovenin de voorstelling. In dit verband is het veelzeggend dat de Memorie aan Jordaens geen informatie bevat over de diepte van de poort, het profiel van de lijst, de decoratie van het tongewelf met cassetten en de invulling van de zwikken. Ook uit de andere delen van de triomfstoet, in het bijzonder de vroegst gedateerde uit 1648 van De Brays stadsgenoten De Grebber en Soutman en van Van Thulden uit Den Bosch, blijkt dat aanvankelijk nog nauwelijks was bedacht hoe de poorten eruit moesten komen te zien. Pas in de loop van de vier jaar waarin de decoratie van de Oranjezaal tot stand kwam, werd geleidelijk aan duidelijk hoe diverse onderdelen van de triomfboog precies moesten worden ingevuld (zie cat. nr. 24).Vanwege het ontbreken van instructies over de diepte van de poort en de decoratie van het tongewelf, begon De Bray met de stoet figuren. Daarbij schilderde hij ook alvast de zijwanden van de poort. Voor zijn doodverf gebruikte De Bray hoofdzakelijk transparante verven in diverse bruine tinten, waarmee hij de vormen reeds van modellering voorzag. De lichtste tonen in de witte kleding van het meisje en het witte hondje zijn met wittige verf voorbereid. De lichtste passages in de incarnaten zijn met, naar het lijkt, meer dekkende, huidkleur voorbereid. Voor de draperieën gebruikte de schilder weinig uitgesproken kleuren in de onderschildering. Hieruit kunnen we afleiden dat hij zich in het beginstadium van het schilderproces vooral bezighield met de licht-donkerverhoudingen.De handen van verschillende figuren en het gezicht van het meisje zijn bovenop de transparante bruine doodverf omrand met enkele centimeters brede banen dekkende bruine en zwarte verf. De donkere banen zijn door De Bray bij het opmaken zorgvuldig afgedekt en vervullen optisch geen functie in het voltooide schilderij.8 Het lijkt erop dat hij de banen aanbracht omdat hij tijdens het doodverven had gezocht naar de juiste positie van vingers en gezichten, waardoor verschillende versies van deze vormen door elkaar liepen. Met een donkere rand kon hij de gewenste versie accentueren en de verworpen vormen verhullen.De Bray volgde bij het opmaken zijn onderschildering vrij precies. Toch bleef er ook in dit stadium ruimte voor verandering, want ten opzichte van de doodverf zijn er allerlei kleine verschuivingen te zien, zoals in de handen van de hoornblazer en het meisje. Hier is de in de onderschildering omrande vorm niet de uiteindelijke, want bij het opmaken heeft De Bray de positie van de vingers nogmaals aangepast. Ook is een aantal reeds opgemaakte vormen ingrijpend gewijzigd. Dit lijkt echter niet karakteristiek voor zijn techniek, maar, zoals later zal worden besproken, het gevolg van de noodgedwongen volgorde van werken bij dit schilderij.Bij het opmaken begon De Bray bij de mensen en dieren achteraan in de stoet en werkte hij van daaruit systematisch naar de voorgrond, waarbij hij later te schilderen vormen uitspaarde. Het opmaken van achter naar voren was in de zeventiende eeuw gebruikelijk. De Lairesse noemde als een van de voordelen van deze volgorde dat de schilder de contouren van de voorste vormen kon verdrijven in de nog enigszins natte verf van de achterliggende vormen, zodat een iets diffuse contour ontstaat.9 Hier heeft De Bray als geen ander gebruik van gemaakt (fig. 12).fig. 12. Detail met contour van de rode tuniek van de jongen met traverso en het zwarte paard.De contour van de rode tuniek van de jongen met traverso heeft de schilder over het zwarte paard uitgewaaierd om een wazige omtrek te maken....
... zijn Deel van de triomfstoet, met veroverde wapenen van een jaar later (cat. nr. 13). Daar begon De Bray wél met het gewelf en de lucht en werkte hij van daaruit consequent naar de voorgrond toe. Hij wist toen blijkbaar vanaf het begin voldoende over de diepte van de poort en het gewelf. Bovendien is in deze latere stoet de perspectiefconstructie meer efficiënt uitgevoerd.fig.13. Detail van het hoofd van de trommelaar.De verf van het witte vaandel is om de reeds volledig opgemaakte baret van de trommelaar heen geschilderd.Toen De Bray het gewelf, de lucht en de vaandels had opgeschilderd, moest hij kennelijk de kleurbalans van de stoet bijstellen. Hij voegde nog ee...
Notes
... krijgsbuit van De Grebber (cat. nr. 30) en ook hier is de verf gecrepeerd. ...
... og 11 voet - 9 duijm / en blijft boven den boogh / 3 duijm / de orijzont is uijt de / beneede kant vant stuc / 3 voet hoogh .’ Gepubliceerd&...
... chter de Beelden, om den uitersten omtrek daar in te doen verdwynen, het welk, anders begonnen, ondoenelyk is.’ ...
... ngsel aan van loodwit,houtskoolzwart en beenderzwart met een organisch geel glacis voor de kleur olijfgroen. ...
-
Cat. nr. 10
... groen (laag 3) is loodwit met blauwe pigmenten gebruikt, zowel azuriet als vivianiet. Het smalt in laag 2 en het vivianiet in laag 3 zijn ontkleurd. 3. blauwgroene verflaag met azuriet, vivianiet, loodwit en bruine aarde (ca. 15 µm)2. grijzige verflaag met loodwit, houtskoolzwart, smalt (gedeeltelijk verkleurd) en vermiljoen (ca. 30 µm)1. grondering: loodwit en weinig omber (max. 45 µm)2.1.3. spanraamBij de bedoeking in de negentiende eeuw werd het oorspronkelijke spanraam vervangen door een spieraam. Dit spieraam is iets zwaarder van uitvoering dan het oorspronkelijke spanraam, maar heeft wel dezelfde vorm met één horizontale middenregel en een rechterstijl met een puntig geprofileerde zijkant.2.1.4. opspanning van het doekHet bedoekweefsel is met spijkers op het spieraam bevestigd. Bij de bedoeking zijn de oude spanranden van het oorspronkelijke doek deels afgesneden. Dit is niet gebeurd langs de linkerrand. In deze oorspronkelijke doekrand met zelfkant zijn gaatjes van de opspanning van de grondeerder en van de opspanning op het originele raam in de Oranjezaal aangetroffen....
... m tijdens het schilderen het donkere verfoppervlak te verzadigen, zodat de toon en plooival weer goed zichtbaar werden.De lichte en middentonen van de huidtinten van de hoofdfiguren zijn uitgewerkt met dekkende huidkleur. Hierop is plaatselijk een dunne roze laag aangebracht, zoals in de hals van Minerva (fig. 2), en in andere passages dekkende roze toetsen en lijnen, zoals langs de vingers en oren (fig. 3). De schaduwen zijn op verschillende manieren tot stand gekomen. In sommige partijen is de bruine transparante onderschildering zichtbaar gelaten. Bij de warme en zeer bleke schaduwen in de onderarm van Mercurius is op de huidkleurige onderschildering een transparant bruin aangebracht dat bestaat uit loodwit en rode, bruine en oranje aardpigmenten (10/29). De donkere schaduw in de arm van Minerva is verkregen door op de voorbereiding in huidkleur twee donkerbruine transparante lagen aan te brengen (10/34 = fig. 7). In de koele halfschaduwen in de lichamen is aan de huidtint een weinig zwart pigment toegevoegd. In de hals van Minerva is de koele halftoon echter bereikt door een lichte opmaakverf dun over de transparante bruine onderschildering te verdrijven (10/31; fig. 2).fig. 2. Detail met de hals van Minerva. In de blauwachtige halfschaduw schemert de bruine onderschildering door de dunne lichtere verf er bovenop. In de lichte zone van Minerva’s hals is als laatste plaatselijk een dunne roze verf aangebracht, zoals ook is gebruikt voor de huid van de nimfen in Venus in de winkel van Vulcanus (cat. nr. 12)....
... jn ver uitgewerkt, hoewel minder dan Frederik Hendrik. De haan en de voorwerpen op de voorgrond zijn eveneens scherp gedefinieerd.fig. 3. Detail met het gezicht van Frederik Hendrik. Het gezicht is precies uitgewerkt met dekkende verven die vloeiend in elkaar zijn verdreven. Alleen bij de haargrens is de transparante bruine onderschildering zichtbaar. Langs het oor zijn rode accenten gezet. Het profiel is geaccentueerd met een scherpe en brede groene contour. ...
... htbaar (fig. 4). In de rest van de rok zijn alleen met een fel licht met moeite nog wat plooien waar te nemen. De rok was oorspronkelijk waarschijnlijk (olijf?)groen (10/33), want de verf bevat voornamelijk gele lak met zwart, vivianiet, azuriet en rood pigment. Het vivianiet en de gele lak hebben hun kleur verloren. Bovendien is de verf sterk nagedonkerd, wat kan zijn veroorzaakt doordat de schilder vijf donkere verflagen over elkaar heeft aangebracht, waarvan de verflagen van de opmaak veel bindmiddel bevatten en de twee bruine onderschilderinglagen met olie of vernis zijn uitgehaald (fig. 6). Ook in het bladgroen combineerde Van Thulden azuriet met het instabiele vivianiet (10/32 = fig. 1). Dit pigment is ontkleurd; het bladgroen is dus (ietwat) verschoten.fig. 4. Detail van de rok van Minerva.Er is een plooi te zien bij de bruine verf die het been van de jongen op de rug van Chiron overlapt. Deze wordt onherkenbaar waar de rok uit meerdere donkere verflagen is opgebouwd.2.3. signatuur en opschriften2.3.1. signatuurrechtsonder op het boek: T. vTulden. fec. / A01649 (vT aan elkaar)2.3.2. opschriftengeen...
... verfoppervlak bestaat uit retouches. 2.4.3. jongste behandelingDe uitdaging van deze behandeling was om de in het verleden toegebrachte, onomkeerbare schade technisch te minimaliseren en het schilderij esthetisch te harmoniseren in het ensemble. De haalbaarheid van deze ingreep zou bepalen of het schilderij teruggeplaatst kon worden op de oorspronkelijke plek, die sterk frontaal licht krijgt.Het schilderij werd behandeld in de SRAL-werkplaats te Rolduc (Kerkrade) zodat de behandeling van de drager met behulp van de bedoekingstafel (warmte en vacuum) kon worden uitgevoerd. Het schilderij werd eerst schoongemaakt volgens de gangbare methodiek en de voorkant werd over het gehele oppervlak beschermd met een facing(gampi, thylose 3%). De achterkant werd ontdaan van het oude bedoekingslinnen, wasresten en dierlijke lijm.De deformaties werden geplaneerd met vocht en vacuum (tot 60 mb en temp. tot 38o oC). De lacunes in het doek werden gevuld met inzetstukken van geprepareerd linnen en de randen nogmaals geplaneerd met een elektrische spatel. Het voorgewassen doubleerlinnen werd voorzien van twee lagen Plextol (30% D369, 70% D541 en 1% Rohagit SD15 als emulgator) die, na droging, met ethanoldampen geregenereerd werden. Het schilderij werd op dit voorbehandeld doubleerlinnen geplaatst en onder vacuum (80 mb) verlijmd. Het doek werd opgespannen en met nieuwe spieën 2 mm uitgespied. Gevuld werd met een mengsel van was (omwille van de hechting op een ondergrond die door de oude doublering nog met was geïmpregneerd was) en krijt. De retouches werden eerst op de toon van de grondering ingekleurd met gouache en verder met Paraloïd B72 geretoucheerd. De zeer gehavende staat van minimaal 50% van het verfoppervlak stelde hoge eisen aan het restauratorenteam, maar na een proef in de zaal kon besloten worden dat de picturale integratie voldoende tot stand was gekomen om terugplaatsing op de historische plek te rechtvaardigen. Een gematteerde vernis (damar met SiO2 in white spirit) werd tot slot met de kwast aangebracht.Restauratoren:JvO, PM, BS; AS en BSch (beiden r.i.o.)....
... leine zone links bovenaan waar de rok is verbreed en de donkere verf dun is aangebracht over het been van het kindje op de rug van Chiron (fig. 4).fiig. 6afig. 6bfig. 6. Dwarsdoorsnede uit de kleding van Minerva (10/33) in normaal licht (6a) en UV-licht (6b).Deze dwarsdoorsnede toont dat de schilder een bruine onderschildering gebruikte met daarop enkele bruine verflagen, die bij SEM-analyse veel krijt en bovendien vivianiet bleken te bevatten. Laag 4 en 6 zijn zeer bindmiddelrijk. Laag 2 en 3 zijn de onderschildering. Laag 5 is waarschijnlijk een zwarte verf, mogelijk is hiermee een plooi geschilderd.6. bindmiddelrijk bruin: vooral krijt (gele lak) en verder koolstofzwart, rood aardpigment, azuriet en een beetje vivianiet (ca. 10 micron)5. zwart (?): houtskoolzwart, wat rood (ca. 6 µm)4. bindmiddelrijk bruin: vivianiet, krijt (gele lak) (deels verzeept?), bruin, organisch rood, houtskoolzwart (ca. 20 µm)uithaallaag3.donkerbruin (onderschildering?): loodwit, houtskoolzwart, rode organische pigmenten, bruin, rode aarde (ca. 8 µm)uithaallaag2. bruine onderschildering: bruin, houtskoolzwart, loodwit, geel, oker, rood aardpigment(ca. 8 µm)1. grondering: loodwit en omber Schildertechniek en picturale middelen (Margriet van Eikema Hommes en Lidwien Speleers)In de techniek zijn er behalve veel overeenkomsten ook enkele verschillen tussen Van Thuldens hoog geplaatste Opvoeding van Frederik Hendriken zijn schilderijen in de onderste rij. Dat betreft in het bijzonder de onderschildering van de schaduwen bij de figuren. Op veel plaatsen gebruikte hij hiervoor transparante donkerbruine verf, net als bij de schilderijen in de onderste rij (cat. nrs. 11, 12, 29). Deze partijen zijn, net als beneden, heel dun uitgewerkt, zodat de onderschildering zichtbaar bleef. Daarnaast gebruikte Van Thulden in de Opvoedingechter nog een andere opbouw voor schaduwen, die we in de schilderijen uit de onderste rij nergens tegenkomen. De schaduwpartij werd daarbij eerst met dekkende lichte huidkleur onderschilderd en vervolgens opgemaakt met een of meerdere transparante bruine lagen voor de gewenste schaduwtoon. Dit treffen we aan in de bleke schaduw in de arm van Mercurius en ook in de diepe schaduw van Minerva’s rechterarm (fig. 7). Bij deze laatstgenoemde, zeer donkere passage had een bruine onderschildering meer voor de hand gelegen. Mogelijk koos Van Thulden voor een huidkleurige onderschildering omdat de schaduw in de arm grenst aan de donkere rok die ook met donkerbruin is onderschilderd.fig. 7afig. 7bfig 7. Dwarsdoorsnede uit de schaduw van Minerva’s arm (10/34) in normaal licht (7a) en UV-licht (7b).De dwarsdoorsnede uit de schaduw van Minerva’s arm laat zien dat onder het zichtbare bruine glacis een huidkleurige onderschildering aanwezig is. Het bruine glacis is opgebouwd uit twee verflagen.4. bruin glacis: bruin, rood (vermiljoen?), organisch rood, loodwit (2-6 µm)3. bruin glacis: (organisch) bruin, loodwit, houtskoolzwart, organisch rood, gele oker (20-26 µm) 2. huidkleurige onderschildering: lichtbruine verf uit loodwit, gele oker, organisch rood, fijn rood, bruin en zwart (6-10 µm) 1. grondering: loodwit en omber (max. 45 µm)Van Thulden heeft de contouren in dit schilderij, net als in De Nederlandse Maagd biedt Frederik Hendrik het opperbevel aan(cat. nr. 16) boven de toegangsdeur, nadrukkelijker aangezet dan in zijn schilderijen in de onderste rij. Wel varieerde hij evenals in zijn andere doeken de kleur, scherpte en dikte van de contourlijnen om sommige passages meer nadruk te geven (zie hierover in het bijzonder cat. nrs. 12 en 16). De mensen en voorwerpen op de voorgrond zijn vrijwel overal omrand met scherpe donkere lijnen, terwijl vormen die minder aandacht krijgen diffuse en bleke contouren hebben. Van Thuldens subtiele en gevarieerde gebruik van contouren is goed te zien bij de wijzende rechterhand van Minerva en de arm van Mercurius daarachter (fig. 8). Het profiel van Frederik Hendrik is aangezet met een opmerkelijke scherpe en brede, felgroene baan die afsteekt tegen de lichtgrijze draperie die van Minerva’s schouder afhangt (fig. 3).4 Omdat dwarsdoorsnede-onderzoek uitwijst dat deze draperie aan de beschaduwde zijde links van Frederik Hendrik oorspronkelijk groenig was, maar van kleur is verschoten door veroudering van de gebruikte gele en blauwe pigmenten, is het aannemelijk dat de grijze stof die over Minerva’s arm hangt ook een groene kleur had, hoewel het verfoppervlak op het oog geen tekenen van verkleuring vertoont.fig. 8. Detail met de hand van Minerva en de arm van Mercurius. De hand van Minerva op de voorgrond kent sterke licht-donkercontrasten en is helemaal omrand met scherpe donkerbruine lijnen. De hand en arm van Mercurius zijn juist vloeiend gemodelleerd en de contourlijnen zijn lichter en meer verdreven waardoor ze meer wijken. ...
... Thulden lijkt, zoals boven vermeld, de belichting in deOpvoedingmet zwarte rand in de bovenste rij minder strikt toe te passen dan in zijn schilderijen uit de onderste rij, waarin de lichtrichting en het type licht bepaald zijn door hun plaats in de Oranjezaal. Dat zou kunnen samenhangen met de oorspronkelijke intentie om in de bovenste rij illusionistisch ingelijste schilderijen te plaatsen. Weliswaar is de zwarte omlijsting in de latere schilderijen uit de bovenste rij niet verder doorgevoerd, toch blijkt de vrijere lichtbehandeling wel gecontinueerd. Dit is bijvoorbeeld het geval in Van Thuldens De Nederlandse Maagd biedt Frederik Hendrik het opperbevel aanuit 1651 (cat. nr. 16). Naast van voren invallend licht, dat overeenkomt met de lichtrichting in de zaal, wordt het groepje jongens op de voorgrond door van rechtsachter invallend licht beschenen.De plaatsing van ingelijste schilderijen boven een triomfpoort, zoals weergegeven in de Oranjezaal, weerspiegelt de vormgeving van werkelijke triomfbogen die werden gebruikt bij feestelijke intochten.9 Bij een van de triomfbogen, de Arcus Caroli, die in Gent werd opgesteld ter ere van de blijde intocht van Kardinaal Infant Ferdinand op 28 januari 1635, bevinden zich drie boogvormige doorgangen en daarboven aan de voor- en achterkant drie ingelijste schilderijen met scenes uit het leven van keizer Karel V naar ontwerp van Gaspar de Crayer.10 Deze indeling doet sterk denken aan de wandindeling van de Oranjezaal en het is denkbaar dat Huygens, Van Campen en Amalia van Solms op de hoogte waren van dit Zuidnederlandse voorbeeld, dankzij de rijkgeïllustreerde uitgave van deze blijde intocht die in 1636 verscheen.11...
Notes
... nog aanwezig was, leverde belangrijke informatie voor het onderzoek naar de geschiedenis van de was-harsbedoeking en de invloed daarvan op schilderijen. ...
... 95, pp. 11-25 en cat. nrs. 7, 23, 24, 25 en 26. ...
... isje in een schilderijlijst, 1641, doek 104 x 76 cm, Koninklijk Kasteel, Warschau. ...
-
I: Alleen bekend uit bronnen
... fraay standbeeld, verbeeldende Paris, houdende in de regterhand den Appel, en met de linker een sluyer om zyn Lighaam geslagen is. Verwonderlyk schoon van Omtrek en uitvoerig gewerkt. Hoog 10 ½ duim [27 cm.], Yvoor’. Literatuur: Jacobus van der Sanden, Oud Konst-Toneel, manuscript uit ca. 1770-'71, Antwerpen, Felix Archief, inv.nr. PK 171-173; dl. 2 (inv.nr. 172), p. 559 e.v.; Theuerkauff 1975, p. 179, nr. 37 (geen afb.).VenusbeeldjeVeiling Jan de Bosch, Amsterdam (V.d. Schley ... Yver), 14 maart 1782 (Lugt 3388), ‘Catalogus van beelden, Beeldwerken, Bootzeersels, Rariteiten en Zilvere Medailles enz., In Yvoir’, p. 82, nr. 20, ‘Een knielend Venus-Beeldje, op een palmhouten Pedestalletje, door dito’ (voor f 25,- aan ‘Vosmaar’); veiling Aernout Vosmaer, Den Haag (Scheurleer), 17 maart 1800 (Lugt 6039), ‘Verzameling van kostbare Ivoore en Houte Beeldwerken, Uitmuntend schoone Beeldwerken van de allerbeste Meesters als […] Francis Bossuet, veeltydt enkel Francis genaamd’, p. 305, nr. 13, ‘Eene op de knie leggende en als uit het bad komende Venus, bij anderen voor eene der Niobe, Apollo om genade smeekende, gehouden. Zeer fraay in teekening en uitvoering, in ivoor gesneeden, op een palmhout voetstuk. Hoog het beeldje omtrent 4 duim [10,3 cm.]’ (voor 9,-,-).SaterVeilingadvertentie Jan Thesingh, Amsterdam, 10 mei 1702, ‘verscheyde Beeltjes gebootseert van de vermaerden Francis, een staende Sater met zijn Pedestal (leevens grooten) in hardsteen van dito, een leggende Sater, en een staende Flora van Johannes Ebbelaers, mede van hardsteen, &c’.Literatuur: Dudok van Heel 1975, p. 162.Slapend kindjeVeiling Beudecker, Amsterdam (Cloppenburgh, De Leth), 27 juli 1751 (Lugt 763), p. 141, ‘Gesnede Beelden in de lade A’, nr. 2, ‘Een slaapent Kindje van den zelve, niet minder konstig’....
... 3; B. 7,7 cm.Veiling Cornelis Dusart, Haarlem (V.d. Vinne), 21 augustus 1708 (Lugt 217), nr. 497, ‘Een Satyrs Troni, van Francis’; nr. 498, ‘Een Weerga van Francis begonnen en van Ebbelaer opgemaakt’; veiling Anthony Grill, Amsterdam (Ratelband), 14 april 1728 (Lugt 370), nr. 119, ‘Een Satertje’; veiling Anthoni Grill, Amsterdam (Posthumus De Bosch Jz.), 10 april 1776 (Lugt 2525), ‘Beeldwerken van Zilver, Bronz, Yvoor, Hout en Wasch, Francis Yvoor’, p. 88, nr. 43, ‘Een sater wiens hoofd omvlochten is met Wyngaardsbladen, h. 4 d. [10,3 cm.]; br. 3 d. [7,7 cm.]’; veiling Anthony Grill, Amsterdam (Ratelband), 14 april 1728 (Lugt 370), nr. 120, ‘Een Saterinnetje aardig gesneden’; veiling Anthoni Grill, Amsterdam (Posthumus de Bosch Jz.), 10 april 1776 (Lugt 2525), nr. 44, ‘Een boschnimph, h. 4 d. [10,3 cm.]; br. 3 d. [7,7 cm.]’; veiling Jan de Bosch, Amsterdam (V.d. Schley ... Yver), 14 maart 1782 (Lugt 3388), ‘Catalogus van beelden, Beeldwerken, Bootzeersels, Rariteiten en Zilvere Medailles enz., In Yvoir’, p. 81, nr. 11, ‘Een Basrelief, zynde een Sater, wiens hoofd omvlochten is met Wyngaards-Blaaderen, door Francis’; nr. 12, ‘Een dito, verbeeldende een Bosch-Nimph, door dito’ (samen voor 135:- aan Vosmaar); veiling A. Vosmaer, Den Haag (Scheurleer), 17 maart 1800 (Lugt 6039), ‘Verzameling van kostbare Ivoore en Houte Beeldwerken, Uitmuntend schoone Beeldwerken van de allerbeste Meesters als […] Francis Bossuet, veeltydt enkel Francis genaamd’, p. 301, nrs. 21 en 22, ‘Twee stukjes van Francis verbeeldende borst-stukjes van een Saryr en Satyrin, ongemeen schoon. Elk hoog 4 en breet 3 ½ D. Ivoor. By Pool onbekend’ (voor 7,- en 5,-).De vier jaargetijden (vier reliëfs)IvoorVeiling Aernout Vosmaer, Den Haag (Scheurleer), 17 maart 1800 (Lugt 6039), ‘Verzameling van kostbare Ivoore en Houte Beeldwerken, Uitmuntend schoone Beeldwerken van de allerbeste Meesters als […] Francis Bossuet, veeltydt enkel Francis genaamd’, p. 301, nr. 17-20, ‘Vier uitmuntende stukken van Francis verbeeldende de vier getyden van ’t jaar. De lente door eene Flora met bloemen. De zomer door eene Ceres met graan-gewas. De herfst door eenen Bacchus druiven in een schaal persende. De winter door eenen Grysaard, zig over eenig vuur warmende. Allen ter halver lijf verbeeld en van eene ongemeene schoonheid. Elk is hoog 7 ½ [19,3 cm.] en breed 5 ½ D [14,1 cm.] in lysten agter glas. Ivoor. By Pool onbekend’ (voor 55,-,-).Portret van Herman BoerhaaveVeiling Aernout Vosmaer, Den Haag (Scheurleer), 17 maart 1800 (Lugt 6039), ‘Verzameling van kostbare Ivoore en Houte Beeldwerken, Uitmuntend schoone Beeldwerken van de allerbeste Meesters als […] Francis Bossuet, veeltydt enkel Francis genaamd’, p. 303, nr. 35, ‘Een rond ivoor in zwart ebbehouten rand met de afbeelding van den beroemden Professor H. Boerhave. Deeze afbeelding die zekerlyk door den beroemden Francis tussen de 30 en 40 jaaren van Boerhave gemaakt is, heeft dezelfde kennelyke wezenstrekken, welke men in zyne afbeeldingen van hogeren ouderdom bespeurt’ (voor 9-,- aan Pauw)....
... sch II, Amsterdam (de Bosch … Yver), 5 oktober 1767 (Lugt 1639), ‘Beeldwerk en Rariteiten’, p. 82, nr. 22, ‘Een dito, van Sandelhout’ (voor 1,10 aan Imhof).DoodshoofdjeVeiling Cornelis Ploos van Amstel, Amsterdam (V.d. Schley … Roos), 3 maart 1800 (Lugt 6031), ‘Beelden en beeldwerken in yvoir, metaal, marmer, hout en aarde’, p. 16, nr. 15, ‘Een extra fraai Doodshoofdje, kunstig uitgevoerd, door Francis Bossuet. Hoog 3 [7,7 cm.] en breed circa 4 duim [10,3 cm.]’.Doodshoofd in palmhouten doosjeVeiling Jan Jeronimusz de Bosch, Amsterdam (De Vries … Roos), 11 april 1825 (Lugt 10862), ‘Beeldwerken, Francis Bossuet’, p. 37, nr. 33, ‘Een kunstig gewerkt Doodshoofd, liggende in een palmhouten doosje’....
... ISBEELDENChristusbeeldIvoor, beeld Inventaris Francis van Bossuit, Amsterdam, SAA, NA, toeg.nr. 5075...
... lvere voet, hoog 9 duim [23,1 cm.], zo fray als Anticq’ (voor f 30 aan Braamcamp).Beker met kinderbacchanaalVeiling Johan van de Marck, Amsterdam (de Winter, Yver), 25 augustus 1773 (Lugt 2189), ‘Catalogus van beeldwerk in Yvoor, Palmboomen hout en geboetseerd’, p. 182, nr. 3, ‘Een fraaye Yvoore Beker, rondom dezelve een Bacchanaal van verscheiden Kindertjes. Zeer Corekt van Tekening en uitvoerig in ’t Basrelief gesneden, van boven gedekt met een Yvoor Deksel en Zilveren rand en van ondere een Zilvere Schaal, hoog 9 duim [23,1 cm.]’ (voor 119,- aan Delfos).Beker met kinderbacchanaalVeiling Leiden (Delfos), 29 september 1900 (Lugt 6150), p. 24, nr. 1, ‘Een yvoore Beker, rondom dezelve een Bacchenaal van Zaters en Kinders, correct van teekening, en zeer uitvoerig in ’t Basrelief gesneden, van boven gedekt met een yvoor dekzel en zilvere rand om dezelve, rustende op een zilvere schaal, door Bosruit, Francis, hoog 9 duim [23,1 cm.]’Beker met bacchanaalInventaris Valerius Röver, Delft, 1723, ‘Een zeer fraaij konststuk, zijnde een ijvoire beker van zilver binnen, beslagen, en van buijten rontom gesneden door den vermaarden Francis. Verbeeldende een Bacchanael met veel beeldwerk in ijvoir uijt het Cabinet van La Faille (hoog 5 duim [12,9 cm.], 3 ½ diam [9 cm.])’DoosVeiling Jan Jeronimusz de Bosch, Amsterdam (De Vries … Roos), 11 april 1825 (Lugt 10862), ‘Beeldwerken, Francis Bossuet’, p. 37, nr. 36, ‘Een dito [kunstig gedraaide] Doos’.DoosVeiling Jan Jeronimusz de Bosch, Amsterdam (De Vries … Roos), 11 april 1825 (Lugt 10862), ‘Beeldwerken, Francis Bossuet’, p. 37, nr. 37, ‘Een dito [kunstig gedraaide] dito [doos]’....
... sz de Bosch, Amsterdam (De Vries … Roos), 11 april 1825 (Lugt 10862), ‘Beeldwerken, Francis Bossuet’, p. 37, nr. 35, ‘Een kunstig gedraaide Vaas’....
... Sater met Druiven in de hand. Hoog 4 ½ [11,6 cm.], breed 3 ½ duim [9 cm.]. Palmhout’ (voor 14,10 aan Jan Lamberts).Rotting met vrouwenhoofdVeiling Jan Jeronimusz de Bosch, Amsterdam (De Vries … Roos), 11 april 1825 (Lugt 10862), ‘Beeldwerken, Francis Bossuet’, p. 37, nr. 34, ‘Een rotting met een fraai gewerkt Vrouwenhoofd’.SnuifraspjeVeiling Ploos van Amstel, Amsterdam (V.d. Schley … Roos), 3 maart 1800 (Lugt 6031), Beelden en beeldwerken in yvoir, metaal, marmer, hout en aarde, p. 22, nr. 71, ‘Een snuifraspje, zeer kunstig van boven gesneden, verbeeldende een Mans- en een Vrouwenbeeld, die elkander zeer teder omhelzen, door Francis Bossuet. Hoog 8 duim [20,5 cm.]. Palmhout’.Onbekend...
... ade N, ‘een groote Plaat van Pleyster, door Loots, en veel schoone gegoote plaaten van Francis’....
-
2.2 Atelier Willem van Mieris
... n Galathea (alleen nog bekend door de prent) [7].3 De eerste is herkenbaar in De luitspeelster (Londen, Wallace Collection [3], met in de nissen op de achtergrond bovendien twee beelden die veel weg hebben van de Venus [5] en Mars [6] ) en ook in de Galante figuren in een interieur (Londen, Royal Collection) [4], met op de achtergrond in een nis een beeld van een klassieke figuur en daaronder een reliëf met spelende putti. 4 Verder lijkt de verkoopster rechts in De Marktstal (Cambridge, Fitzwilliam Museum) [8] gebaseerd op de Galathea....
... jnlijk niet direct naar beelden van Van Bossuit getekend hebben, maar het classicistische werk van Barend Graat en Willem van Mieris goed hebben gekend....
... als trompe-l’oeuil-friezen onder de toonbank van een winkel en onder een Vrolijke drinker die teruggaan op De Triomf van Bacchus [11-13]. Het toepasselijke reliëf in De Trompettist [15] is gebaseerd op Silenus op zijn ezel ondersteund door twee satyrs [14]. In De drinker [16] verwerkte hij (rechts aan de wand) een fragment van de Sabijnse Maagdenroof [17]. 7...
... is enkele van Van Bossuits (half)figuren uitgewerkt en aan hem ontleende toepasselijke reliëfs op de achtergrond...
... is te herkennen op het schilderij De dood van Cleopatra [22] en in een tekening met hetzelfde onderwerp [23]. ...
... is in zijn schilderijen met Odysseus en Circe vermoedelijk naar het beeld Mars [5]....
... thony Grill maar ook naar andere, nu ongeïdentificeerde stukken. Het is de vraag waar hij deze kon zien. Bezat hij kopieën of zelfs originelen, tekende hij ze na op Graats academie, of stond hij in contact met ons onbekende eigenaren? Het is bekend dat Willem van Mieris veel pleisterbeelden bezat die hij ook in de Leidse tekenacademie gebruikte.13...
... us of Galathea [32].Deze Flora is niet bekend uit het Beeld-snyders Kunst-Kabinet, waarin wel twee andere Flora-beeldjes zijn opgenomen (RKDimages 215695 en 215698). De tekening, met name de draperie, is in de stijl van Willem van Mieris en de weergave van de sculptuur wijst duidelijk in de richting van Francis van Bossuit. Alensoon was waarschijnlijk amateurkunstenaar, voor of tijdens zijn bestuurlijke carrière die hem tot op het pluche van het Leidse stadsbestuur bracht.16...
... vid met het hoofd van Goliath, Leda en de Zwaan en Venus en Cupido [33-37]; haar broer Cornelis Backer (1693-1775) kopieerde de Sabijnse Maagdenroof [38].17...
... 1)[39-41] is te zien, dat ook deze het werk van Francis kende. Hij heeft tenminste één reliëf door Van Bossuit in zijn bezit gehad en zijn veilingcatalogus vermeldt veel pleisterbeelden, waaronder vermoedelijk afgietsels geweest zullen zijn.19...
... talogus van Aernout Vosmaer (1800) over zijn exemplaar [44] deed opmerken ‘Dit verschilt van No 12 by Pool, doch Francis heeft dezelfde onderwerpen meermalen, en dan altyd met veranderingen gemaakt’.20...
... Bad van Diana [49]. Een andere variant op de compositie is de Liefde overwint alles [50] en op een schilderij verbeelden wederom vergelijkbare vrouwfiguren het thema Diana en Callisto [51]....
... figuur is sterk verwant aan De waarheid (prent XIX, [54]), die weer veel gelijkenis vertoont met de belaagde Suzanna [55]....
Notes
... eningen van Willem van Mieris’, Delineavit et Sculpsit, nr. 15 (mei 1995), p. 1-22 (Elen 1995A); A. J. Elen, ‘De voortekeningen voor de vaasreliëfs van Willem van Mieris’, Oud Holland 109 (1995), p. 201-216 (Elen 1995B). ...
... oldoen aan de door De Lairesse omschreven eisen van het classicisme. ...
... 93). Mogelijk hield deze (tijdelijke) verhuizing verband met het overlijden van Francis van Bossuit in 1692 en de laatste mogelijkheid om zijn werk na te tekenen voordat ...
... van Mieris's Rape of Lucretia: an Example of the Artist's Working Methods’, Master Drawings 50 (2012), p....
... is: “Tarquinius and Lucretia”, a drawing and a painting’, Hoogsteder Mercury 13-14 (1992), p. 93; Elen 2012, op. cit. (n...
... is tussen 1691 en 1696 gedateerd; de techniek zou nu worden omschreven als aquarel en gouache. ...
... kunstboek B, p. 74, nr. 40, Joseph en de vrouw van Potifar en een Schriftuurlijke geschiedenis; kunstboek C, p. 85, nr. 7, Abraham, Hagar en Ismael (1691) en David en Batseba (1692); kunstboek D, p. 96, nr. 6, Susanna en de wellustigen (1691); kunstboek E, p. 107, nr. 9, Een vrouw met een goudbeurs in een landschap; Kunstboek F, p. 112, nr. 8, Een mediterende apostel en Maria Magdalena; kunstboek G, p. 118, nr. 4, Christus met de Samaritaanse vrouw; kunstboek K, p. 137, nr. 8, Andromeda door Perseus verlost. ...
... de classicistische wending in zijn oeuvre, maar ook voor zijn Romereis in 1688-’89. ...
... is, de beeldsnijder Van Bossuit en de familie De la Court', Bulletin van het Rijksmuseum 47 (1999), p. 26-43, p. 42. ...
... is van Bossuit. The third dimension, München 2014, p. 36. ...
... van Pleyster, door Loots, en veel schoone gegoote plaaten van Francis’ (voor 7:1 aan Allard de la Court). ...
-
2. Inspiratiebronnen
... is van Bossuit zelf en daarna op de wijze waarop zijn werk werd gebruikt door andere kunstenaars. Van Bossuit heeft met z...
... zijn opdrachtgevers waren, maar wel is duidelijk dat hij zich bijvoorbeel...
... [9] veel overeenkomsten vertoont met die van de Chigi-Crucifix [10] van de hand van de Tiroolse beeldhouwer Lorenz Rues (1640-1690), die gelijktijdig met Francis in Rome verbleef.2...
... ische taferelen onder meer inspireren door schilderijen van Rutilio di Lorenzo Manetti (1570-1639) [11-12], Lattanzio Gambar...
... lden in de tuinen van Versailles [18, 20, 22]. Volgens Christian Theuerkauff zou Francis, op zijn reis vanuit Rome naar Amsterdam (ca. 1680/'81) Versailles kunnen hebben bezocht.3...
... voor een van de twee reliëfs [24] in het poppenhuis van Petronella de la Court en ook Van Bossuits Dronken Silenus [25] is verwant aan Van Opstals werk, met name de bacchanalen op bekers....
... ...
... ...
... , Flora of Allegorie op de Lente [41-42], de alleen nog als prent bekende pendanten Allegorie op de Poëzie en Allegorie op de Beeldhouwkunst [43-44] en een Meisje met hondje of Allegorie op de deugd [45]....
Notes
... 25015 (Van Bossuit); Chr. Theuerkauff, 'Zu Francis van Bossuit (1635-1692), "beeldsnyder in yvoo...